De Backyard Ultra-hype: laagdrempelig én genadeloos zwaar

Op papier klinkt het bijna belachelijk simpel. Je loopt 6,7 km en hebt daar exact een uur voor. Ben je op tijd binnen, dan mag je … opnieuw vertrekken. Elk uur weer. Tot er nog maar één loper overblijft. Geen finishlijn, alleen elke 60 minuten hetzelfde ritme: starten, lopen, pauzeren, herstarten. Waarom is het Backyard-format zo populair? We vroegen het aan Merijn Geerts en Roman Packbier, twee ervaren rotten in het Backyard-vak.

Het blijft een bijzonder concept, de Backyard Ultra. Het format werd in 2011 bedacht door Gary ‘Lazarus Lake’ Cantrell, dezelfde man achter de beruchte Barkley Marathons, volgens velen de zwaarste trailrace ter wereld. De allereerste Backyard Ultra kreeg de naam Big’s Backyard Ultra, een wedstrijd die tot vandaag plaatsvindt op Cantrells eigen terrein in Bell Buckle (Tennessee) en vernoemd is naar zijn hond.

“Toen ik het concept hoorde, dacht ik: dit is best relaxed”, vertelt ultraloper Roman Packbier, ex-Nederlands recordhouder. “Bij een 24 uurloop moet je constant door, want elke minuut stilstaan kost je afstand. Bij de Backyard dacht ik: 6,7 km in een uur, hoe moeilijk kan dat zijn? (lacht) Dat viel toch wel tegen.” Een heel herkenbare omschrijving voor iedereen die het format al eens een kans gaf.

Roman Packbier
Laagdrempelige ultra

Op de vraag naar de aantrekkingskracht hoeft Merijn Geerts, meervoudig Backyard-winnaar, tweevoudig wereldkampioen met team België en een van de sterkste namen in het veld, niet lang na te denken. “Het is een zeer toegankelijke manier om met ultralopen te beginnen of verder te lopen dan je ooit deed.”

En dat zit niet alleen in het tempo, maar ook in de setting. “Je hebt niet per se allerlei materiaal nodig zoals een trailrugzak of hoofdlamp. Zelf liep ik mijn eerste Backyard met een lampje in mijn hand.”

Een Backyard voelt daardoor minder intimiderend dan een bergultra of 100 km door de Ardennen. Je hoeft niet ‘weg’. Je blijft in de buurt van het startkamp. Er is structuur. Er is een pauze elk uur. En vooral: je mág elk uur stoppen.

Makkelijk om in te stappen

Roman herkent die laagdrempeligheid, al relativeert hij meteen. “Het is vrij makkelijk om in te stappen, want je kan elk uur stoppen. Toch verbaast het me eerlijk gezegd wel dat het zo populair is. Maar ultralopen is sowieso populairder dan ooit. Er zijn ook veel jongere mensen die nu langere afstanden lopen.”

Die combinatie verklaart veel: een format dat toegankelijk oogt, in een tijd waarin steeds meer mensen de stap naar langer lopen zetten. Maar wie denkt dat laagdrempelig hetzelfde is als makkelijk, komt bedrogen uit.

De grootste misvatting

Veel beginners starten een Backyard zoals ze een 10 km starten. Merijn ziet het constant gebeuren. “Beginners lopen alles, tot ze niet meer kunnen en gaan dan pas wandelen. Van in het begin een juiste balans tussen wandelen en lopen vinden, geeft meer kans op een goed resultaat. Sommigen overschatten ook het aantal calorieën dat ze verbruiken en dus de hoeveelheden die ze moeten eten.”

“Ik ben het liefst zo snel mogelijk binnen, met zo weinig mogelijk moeite”, aldus Merijn. “Afhankelijk van het parcours is dat 5 à 5,5 km lopen en de rest wandelen. Ideaal gezien duurt dat 45 à 50 minuten, maar mocht ik het met dezelfde inspanning sneller kunnen, zou ik dat doen.”

Merijn Geerts

“Te hard starten is een klassieke fout”, bevestigt Roman. “Omdat het kamp zo comfortabel is, wordt het na een tijdje vaak mijn doel om zo snel mogelijk terug te zijn. Dat is echter een valkuil, omdat je dan te snel gaat lopen. En wie te snel loopt, betaalt dat later.”

Waarom mensen terugkomen

Wie een marathon finisht, heeft een duidelijke eindstreep. Wie een Backyard stopt, heeft vaak iets anders: twijfel. “Nadien hebben veel mensen waarschijnlijk het gevoel dat ze nog verder kunnen”, zegt Merijn. “En dat er allerlei kleine of grote aanpassingen zijn die ze kunnen doen om verder te geraken. Wat vaak ook wel klopt.”

Dat is misschien wel de kern van de verslavende aantrekkingskracht: een Backyard stopt zelden met een voldaan gevoel. Het stopt met ‘jammer’ of ‘volgende keer anders’. Het is een open einde. Roman herkent dat mechanisme perfect. Over zijn eerste Backyard: “Na een paar uur dacht ik: laat maar zitten, dit is helemaal niks.”

Hij wilde stoppen, maar dan verscheen een vriend langs het parcours. “Hij had net anderhalf uur gereden, dus kon ik natuurlijk niet stoppen.”

Resultaat: hij hield het 25 uur vol. En daarna komt dat typische ultra-geheugen: de pijn vervaagt, de nieuwsgierigheid blijft. “Ik had meteen het idee: één keer en nooit meer. Maar ultralopers weten hoe dat gaat. Toen ik de uitnodiging kreeg om met het Nederlandse team het wereldkampioenschap te lopen, kon ik die niet laten liggen. Tegen dan was ik de meeste pijn al vergeten.”

Twee laatste lopers maken zich op voor nóg een rondje bij een Backyard Ultra in Castanet-Tolosan nabij Toulouse.
Ed JONES / AFP
Niet de benen, maar het hoofd

Als je Merijn vraagt waar een Backyard wordt beslist, antwoordt hij zonder aarzelen: “Vooral in het hoofd.” Maar er is een verraderlijke eindbaas die op de loer ligt. “Als alles helemaal goed zit, doet uiteindelijk het slaapgebrek je de das om.”

Backyard vraagt niet alleen uithouding, maar ook herstartkracht. Elk uur opnieuw jezelf overtuigen om recht te staan. Het is een mentale discipline die je niet volledig in training kan simuleren. Roman: “In lange wedstrijden zit je in een flow en vind je jouw plek in het veld. Bij een Backyard sta je elk uur weer met iedereen aan de start.”

En die herstart is precies waar veel lopers breken. Merijn beschrijft het als een soort experiment met jezelf: “Eigenlijk zijn Backyards, en bij uitbreiding alle ultra’s, een interessant experiment met je eigen lichaam en geest. Een beetje als toeschouwer aanschouw ik mijn eigen ellende en hoe ik ermee omga.”

“‘Zie je daar nu zitten, hoe ga je dat oplossen?’ Zolang je nieuwsgierig bent naar wat er verder gaat gebeuren, ben je niet bezig met stoppen.”

De sociale magie: intiem, absurd en verbindend

Wie nog nooit op een Backyard is geweest, onderschat vaak de sociale dynamiek. Je loopt rondjes met mensen die je anders nooit zou tegenkomen. Je komt elk uur terug op dezelfde plek. Er is tijd om te praten, te lachen, te zwijgen, te kijken hoe iemand eet, strompelt, terug opstaat.

Merijn: “Je loopt ook eens met andere mensen dan enkel degenen die ongeveer je eigen snelheid hebben. De verbinding die je maakt met je crew, organisatoren, toeschouwers en medelopers kan heel intens, mooi en op een bepaalde manier intiem zijn. Ben je heel sociaal ingesteld, dan kan dat ook een valkuil zijn. Zorg dat je toch tijd overhoudt voor een zelfscan, zodat je jezelf niet vergeet te verzorgen.”

Lees ook: Sam Bracke over zijn overwinning van de Upfront Last Man Standing: “Ik voelde me sterk en had nog veel marge” – RunningNL

Ook voor recreatieve lopers

Merijn vindt het format perfect om als recreatieve loper verder te komen dan je ooit deed. “Volgens mij kan je pas echt weten of het iets voor je is als je het eens geprobeerd hebt. Voor iemand met veel geduld is het een uitstekend format.”

“Wie echt wil racen, anderen eraf lopen, zal er waarschijnlijk niks aan vinden. Ook trailpuristen kunnen twijfelen: steeds hetzelfde rondje, vaak op relatief vlak terrein. Al kan net dat herhalen iets bijzonders hebben. Het kan ook heel mooi zijn om hetzelfde parcours van uur tot uur te zien veranderen.”

Lees ook: Ontdek hier de nieuwste RunningNL met Jan Versteegh op de cover

Roman heeft een nuchtere haat-liefdeverhouding met het format. “Ik kan nog steeds niet zeggen dat ik het echt leuk vind. (lacht) Ik vind het veel leuker om van A naar B te lopen of een grote ronde. En toch doe ik het. Omdat je toch telkens wil kijken hoe ver je kan komen.”

Maar dat kan vaak ook een valkuil zijn. “Als je op voorhand een afstand in je hoofd hebt zitten, dan wordt het meestal ook dat aantal rondjes. Zo heb ik ooit in Amerika tijdens het WK doorgelopen tot ik het Nederlands record terug had. Het laatste rondje was mijn snelste rondje in 40 minuten, dus eigenlijk had ik makkelijk nog verder gekund.”

Wat je onderweg leert (en waarom dat blijft plakken)

Backyard is een format dat je niet alleen fysiek, maar ook filosofisch kan raken. Merijn verwoordt het mooi: “Men denkt vaak dat zo lang lopen gruwelijk zwaar moet zijn. Maar eigenlijk is het pure luxe.”

“Je doet het vrijwillig en kan elk uur stoppen. Dat is een vrijheid die chronisch zieken, mensen in oorlogsgebied en traumaslachtoffers niet hebben. Die gedachte plaatst ons eventuele lijden en de heroïek die er soms aan toegewezen wordt in een heel ander perspectief.”

En misschien is dat precies waarom Backyards zo blijven plakken en steeds meer mensen aantrekken: omdat ze je, tussen alle rondjes door, dingen in perspectief laten plaatsen. En elke uur herhaalt zich dezelfde vraag: start ik er nog eentje? 6,7 km. En dan … opnieuw.

Zo werkt een Backyard Ultra

De basisregels zijn eenvoudig, maar genadeloos:

  • Elk uur start er een ronde (een ‘loop’) van 6,706 km (4.167 miles)
  • Je moet die ronde binnen het uur afleggen
  • De tijd die je overhoudt, is je pauze
  • Wie een ronde niet binnen het uur haalt, ligt eruit
  • Winnaar: de laatste loper die nog een volledige ronde voltooit. Iedereen die stopt, krijgt officieel een DNF (did not finish)

Dat laatste maakt het format zo vreemd: je kan 200 km lopen en tóch niet gefinisht zijn. In een klassieke ultra is finishen een beloning, in een Backyard is doorgaan de norm en stoppen is het einde van het spel. “Dat maakt de Backyard mentaal zo zwaar”, zegt Roman. “Je moet elk uur opnieuw starten. En je hebt niks om naar uit te kijken, omdat er geen finish is.”

Lees ook: Hoe ongezond is ultralopen? Karel Sabbe en bewegingswetenschapper geven antwoord – RunningNL

Like this article? Share it!

Misschien vind je deze ook interessant?

Meld je aan voor de nieuwsbrief en ontvang wekelijks: