De mythische 160 kilometer van de Kullamannen ultratrail

Running-redacteur Niels Rouvrois nam deel aan de Kullamannen ultratrail, de grootste trailwedstrijd in Scandinavië. Een avontuur van 25 uur, 160 kilometer, een knieblessure en tranen brachten hem in Båstad over de finish.

De mythische 100 mijl is een afstand die op de bucketlist van menig ultraloper staat. Dat was bij mij niet anders. Nadat ik in oktober 2022 een eerste keer 100 km liep, nam ik meteen de kalender van 2023 bij de hand. Mijn oog viel al snel op Kullamannen, een trailwedstrijd in het zuidwesten van Zweden. Aan de kust, met relatief weinig hoogtemeters (2500) en dus ideaal voor een eerste 100 mijl. Zou je denken. Hoewel het parcours op papier inderdaad niet te zwaar lijkt, mag je deze wedstrijd toch niet onderschatten. Begin november kan het weer aan de Zweedse kust al bijzonder guur zijn en gezien het startuur – 18u – loop je de eerste 14 uur in de kille duisternis.

Dat ik voor een stuk gevoed werd door onzekerheid, was niet zo raar. Door een knieblessure die ik overhield aan de Transalpine Run midden september, verliepen de laatste zes weken van de voorbereiding nogal hobbelig. Enkele weken van herstel, gevolgd door 220 trainingskilometers en twee taperweken moesten volstaan om zo fit en uitgerust mogelijk aan de start te staan. De dag voor de wedstrijd stond het vertrek naar Zweden gepland. Via een oproep op Facebook kon ik een kamer bemachtigen in een prachtig vakantiehuis in Ängelholm, gehuurd door de Deense loper Henrik Toudal Offersen en zijn gezin, zijn ouders en zijn Britse loopmaatje Matthew.

Neus in de boter

En dat bleek een schot in de roos. De ontvangst was bijzonder hartelijk, mede dankzij de ouders van Henrik, die een duidelijke missie hadden: zorgen dat de lopers op het gebied van eten en drank niets tekort zouden komen. Ik werd donderdagavond opgepikt bij het treinstation van Ängelholm, kreeg nog een lekker bord pasta voorgeschoteld en trok al vrij snel naar bed, want de dag erna was het al D-day. Ook Henriks vrouw en twee kinderen waren van de partij en de fratsen van die laatsten zorgden vrijdagmiddag voor een meer dan welkome afleiding. Want de zenuwen namen stilaan de overhand en dat werd niet minder toen we ’s middags een eerste keer naar Båstad reden om onze startnummers en dropbags op te halen.

De laatste uren

Gevoelsmatig is er een groot verschil tussen een ultraloop die ’s morgensvroeg start en een ultra die ’s avonds op gang wordt geschoten. De routine bij een ochtendultra is heel duidelijk: je slaapt slecht, staat op, eet een flink ontbijt, maakt je klaar en gaat naar de start. De tijd om jezelf te verliezen in nervositeit en negatieve gedachten is beperkt. Dat is anders wanneer de start gepland staat om 18 uur.  Ik trachtte nog wat te slapen, maar dat bleek al snel wishful thinking. Dan maar alles oeverloos doorlopen. Bij een ultra zijn er twee zaken waar je heel goed over moet nadenken: kleding en voeding. In welke outfit start ik? Welke extra kleding neem ik mee in de looprugzak? En hoeveel voeding heb ik nodig tot aan mijn dropbag? Voor de duidelijkheid: een dropbag is een zak met droge kleding, extra voeding, verzorging, medicatie, batterijen voor de hoofdlamp, die je onderweg – meestal ergens haverwege – tot je beschikking krijgt.

 

Meer lezen over de Kullamannen ultratrail? Bestel dan het magazine of lees online via Blendle.

Like this article? Share it!

Misschien vind je deze ook interessant?