Trailrunning voor laaglanders

Het woord trailrunning is misschien wel het meest belachelijke woord dat er bestaat. Alsof lopen ineens een extra woordje nodig heeft. Zowel taalkundig als maatschappelijk dient dat extra woord om duidelijk te maken dat het soort ‘lopen’, dat trailrunners doen, afwijkt van het normale lopen. Het woord trailrunning is toch wat marginaliserend. Het type lopen dat onder het begrip trailrunning valt, is eigenlijk het originele lopen en geen tussenvorm. Trailrunning, of het ‘off-road’ lopen, is ettelijke malen ouder dan on-road running en al zeker dan track running. Het wil zo dat we in deze maatschappij zodanig vervreemd zijn van waar we oorspronkelijk vandaan komen, dat mensen dezer dagen al een handleiding nodig hebben voordat ze zich richting jungle (lees: off-road) kunnen begeven. Laten we beginnen bij het begin.

Relativiteit

Trailrunners hanteren doorgaans andere normen dan de doorsneehardloper. Alle wedstrijden die minder lang zijn dan een marathon worden beschouwd als korte trails. De wedstrijdafstanden lopen op tot 100 mijl (160 kilometer) en in bepaalde extreme gevallen tot zelfs 320 kilometer. Begrijp het goed: het gaat hier niet over etappewedstrijden. Bijkomend dient in een trailrun een groot aantal hoogtemeters overwonnen te worden. Een werkelijk hoogteverschil, en geen Zevenheuvelenloop- ’hoogteverschil’. De Zevenheuvelenloop heeft een positieve stijging (D+, Dénivelé positif) van ongeveer 75 meter, terwijl bij trailraces extremen worden bereikt van wel 24.000 meter. Algemeen wordt aangenomen dat de belasting van honderd positieve hoogtemeters overeenstemt met 1 kilometer vlak lopen. Stel dat je op een dag eens lekker wild gaat doen en besluit deel te nemen aan een trailrun van 21 kilometer met 850 meter D+, dan stemt dat overeen met 29,5 kilometer vlak lopen. Niet echt iets om over uit te pakken bij je trailrunnende vrienden aangezien zij dat doorgaans een erg korte afstand vinden. In realiteit komen afstanden van 60 tot 100 kilometer overeen met zes tot dertien uur lopen. De sportliefhebber merkt op dat de betere triatleten ongeveer acht en een half uur nodig hebben om de Ironman van Hawaii te volmaken. Dit is de zwaarste wedstrijd ter wereld. Het equivalent van deze wedstrijd in trailrunning is de UTMB (Ultra Trail du Mont Blanc). Tot op heden is geen enkele winnaar van de UTMB erin geslaagd de wedstrijd in minder dan twintig uur af te leggen. Long story short, trailrunners zijn badass en relativeren nagenoeg alles, afstanden en eigen prestaties in het bijzonder.

Ecologie

Op zich is het geen vreemd gegeven dat sporters gehecht zijn aan hun eigen infrastructuur. De gemiddelde volleybalspeler is bekommerd om de staat van zijn speelveld en zal dus niet gaan sluikstorten in een sportzaal. Pistiers kunnen het ook wel appreciëren dat atletiekpistes goed onderhouden worden en vrij zijn van vervuiling en beschadiging. Bij de trailrunner is dat niet anders. Het grote verschil is dat hij het speelveld deelt met ongeveer de rest van de wereld. Natuurgebied wordt eveneens gebruikt door wandelaars en mountainbikers, maar ook door sluikstorters en soortgelijken. Het spreekt voor zich dat natuurbehoud een thema is dat de trailrunner nauw aan het hart ligt. Groot is dan ook de verbijstering als tijdens een trailrun bepaalde deelnemers besluiten zelf afval te dumpen. Vergelijk het met Oktoberfest organiseren in een moskee. Volledig misplaatst dus. Spijtig genoeg komt dit fenomeen steeds vaker voor.

Man and woman running in the forest early morning, the woman runs just infant the man on the rocky path.

Intensiteit

Een van de grote vraagstukken van de 21e eeuw is wat nu wel de zwaarste sport is: trailrunning of baan- en pisteatletiek. Een van de domste vragen van de 21e eeuw is: ‘Wat is nu het zwaarste: trailrunning of baan- en pisteatletiek?’ Het antwoord is vanzelfsprekend doch complex. De moeilijkheid in vlakke races zit in het zo lang mogelijk volhouden van een zo hoog mogelijk tempo. Het is zo simpel als dat. Bij trailraces komt het erop neer zolang mogelijk een zo hoog mogelijk ritme vol te houden onder wisselende omstandigheden. Met wisselende omstandigheden wordt dan niet enkel het steeds wisselende tempo, maar ook het wisselen van ondergronden, hoogte, klimaat en intensiteit bedoeld. In eenzelfde race moet je kunnen presteren op hoogtes tussen zeeniveau en 3600 meter, in temperaturen tussen -20 °C en 40 °C en op alle soorten ondergronden variërend tussen zand, rots, modder, sneeuw en zelfs ijs. In essentie verschilt trailrunning dus evenveel van vlak hardlopen als speerwerpen van snelwandelen.

Bier

Zoals bij wel meer outdoor sporten is de sfeer bij een trailrunning event wat minder gespannen en zelfs broederlijk. De gemiddelde trailrunner heeft het gewoonlijk druk genoeg met overleven en de finish halen. Wedijveren met anderen is dus iets dat wat meer op de achtergrond komt te staan. In tegenstelling tot de marathonloper, van wie de prestatie steevast aan een eindtijd gelinkt wordt, zijn bij trailraces niet echt veel vergelijkingsmogelijkheden. De verminderde competitiedrang tussen het gros van de atleten – het is uiteindelijk een strijd tegen jezelf – zorgt voor een zeer vriendschappelijke sfeer zowel tijdens en na de wedstrijd. Zo zijn er ook wat typische sociale gedragingen waar een trailrunner zich best aan kan houden. Onderweg help je atleten in nood; en de nood hoeft niet eens hoog te zijn. Je haalt ook niemand in zonder wat woorden te wisselen. Je laat al zeker niemand een foute richting uitlopen en aan de finish wordt bier gedronken. Dat geldt voor lopers van alle niveaus. Geen excuses.

Gezondheid

Het is algemeen geweten dat off-road lopen minder belastend is voor pezen en gewrichten dan lopen op een harde piste of weg. Maar hoe belastend voor het lichaam is trailrunning nu echt? Door de grote variatie in bewegingen onder de vorm van wisselende ondergronden en de afwisseling tussen klimmen en dalen is het moeilijker een specifieke overbelasting te verkrijgen dan voor iemand die steeds exact hetzelfde looppatroon aanhoudt. Daarbovenop is bij de geoefende trailrunner de proprioceptie veel beter dan gemiddeld wat de belastbaarheid verhoogt en de kans op blessures verkleint. En toch is het niet zo dat trailrunners minder vaak gekwetst zijn dan de andere lopers. Wat vaak over het hoofd gezien wordt, is dat buiten mechanische belasting er ook een cardiovasculaire belasting is. Marathonlopers beperken zich gemiddeld tot twee races en in het beste geval tot drie races per jaar. Dat komt voor een eliteatleet neer op 120 kilometer en zeven wedstrijduren per seizoen. Neem daarbij nog enkele kortere races in de voorbereiding en je komt uit op ruwweg 200 kilometer of vijftien uur hardlopen. Van een eliteatleet in trailrunning wordt verwacht dat hij jaarlijks minstens één 100 mile race loopt en daarnaast nog tal van andere (ultra) wedstrijden. De totale competitieafstand loopt op tot 900 kilometer per jaar, of om en nabij de honderd wedstrijduren. Ook zijn topsportcarrières in trailrunning vaak langer dan bij andere lopers. Het is dus niet onverstandig een jaarkalender bij te houden zodat je wat kan monitoren hoeveel je je lichaam reeds belast hebt gedurende een seizoen. Overdaad schaadt en voorkomen is beter dan genezen.

Training

De topcompetities worden nagenoeg allemaal in hooggebergte beslecht. Het is voor de gemiddelde laaglander geen eenvoud om optimaal te presteren in de ijle lucht en op de stijle hellingen die geen honderd meter maar tien kilometer lang kunnen zijn. Nog maar gezwegen van kunnen wedijveren met de besten in de sport. De meeste atleten van hoog niveau zijn geboren en getogen in de bergen en hebben vaak geen flauw benul van wat vlak lopen eigenlijk is. Zo trainde ik afgelopen zomer in Font-Romeu met een lokale topper, die pas op zijn 20e levensjaar voor het eerst langer dan een kilometer aan een stuk vlak liep. Desalniettemin kan de thuisgrond de trailrunner meer voordelen opleveren dan over het algemeen wordt aangenomen. Het is hier in de Lage Landen bijvoorbeeld veel eenvoudiger om grote volumes te maken en om efficiënt vermogen te trainen. Klimtrainingen zijn perfect na te bootsen op een loopband en slapen op hoogte kan in een hoogtetent. Nog maar gezwegen van de sneeuwvrije en relatief milde winter. Twee uur bergop lopen op een loopband is niet iedereen gegeven. Het grootste probleem is het onvermogen bergaf lopen te simuleren. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, is dalen vele malen meer belastend voor het lichaam dan het klimmen.

Materiaal

Het spreekt voor zich dat elke sport zijn eigen specifieke materiaal vereist. Verschillend bij trailrunning is dat het gros van het materiaal dat je bij je draagt niet bijdraagt tot een betere prestatie, integendeel zelfs. Het merendeel van de wedstrijden kent een lijst van verplicht materiaal dat in je rugzak moet zitten (naast voedsel en drank) om je eigen veiligheid te garanderen. Trailrunning is in vele opzichten een combinatie tussen hardlopen en bergsport en het gebruikte materiaal is navenant. Vaste items in deze lijst zijn: een overlevingsdeken, een fluitje, waterdichte jas, gsm, elastische tape, reservekledij (naast warmere kledij), koplamp en reservebatterijen.

Voeding

Veel wedstrijden duren erg lang waardoor het vaak niet volstaat om sportdrank te drinken aan de bevoorradingen zoals bij een marathon. Gels, energybars en duizenden andere soorten proviand worden rijkelijk naar binnen gespeeld. Trailraces draaien vaak uit op regelrechte eetwedstrijden. Wie het beste voeding kan blijven verwerken, zal uiteindelijk aan het langste eind trekken. 90 procent van alle opgaves zijn te verklaren door een fout voedingsschema of maag- en darmproblemen als gevolg van foute voeding.

Like this article? Share it!

Misschien vind je deze ook interessant?