Verbeter je loopeconomie: omhoog met die benen

Verbeter je loopeconomie: omhoog met die benen


Niet alleen je conditie is bepalend voor je prestaties. Ook je loopeconomie, oftewel hoe efficiënt je beweegt, speelt een belangrijke rol. Vaak wordt hiervoor gekeken naar paslengte en pasritme. Maar de pashoek blijkt een veel grotere invloed te hebben.

Loopeconomie, wat was het ook alweer?

Als je loopt hebben je spieren een bepaalde hoeveelheid zuurstof nodig. De zuurstof die je per minuut maximaal op kunt nemen wordt de maximale zuurstofopname genoemd. Hoeveel arbeid je spieren vervolgens met deze zuurstof kunnen leveren is de loopeconomie. Een economische loper heeft minder zuurstof nodig voor een bepaalde snelheid dan een minder economische loper. Voor een goede prestatie is dus zowel je zuurstofopname als je economie van belang. De loopeconomie wordt uitgedrukt in milliliter benodigde zuurstof per kilogram per kilometer.

Wat bepaalt een goede loopeconomie?

Een aantal factoren lijken samen te hangen met een goede loopeconomie zoals fysiologische factoren, spiervezeltypering, leeftijd, geslacht en lengte/gewicht. Echter, ook biomechanische factoren als de grondcontacttijd en de paslengte zijn bepalend. Een kleinere verticale beweging, langere paslengte en kleinere grondreactiekrachten hangen samen met een verbeterde loopeconomie.

Eerder onderzoek liet zien wanneer lopers een grotere verticale beweging vertonen (dus meer omhoog komen tijdens het lopen) meer energie verliezen. Wanneer je meer de hoogte ingaat tijdens het lopen betekent dit vaak een scherpere hoek van je pas. Figuur 1 laat zien hoe de alpha toeneemt met een grotere maximale hoogte. Een recente studie keek vervolgens of deze pashoek (stride angle) samenhangt met loopeconomie in een groep van goedgetrainde lopers.

Pashoek meest bepalend

Van alle factoren die de onderzoekers meenamen in de studie bleek pashoek het meest bepalend voor de loopeconomie. De onderzoekers toonden aan dat, in tegenstelling tot wat ze verwacht hadden, een grotere pashoek juist samenhangt met een betere loopeconomie. De theorie luidt dat lopers met een grotere pashoek beter in staat zijn een balans te vinden tussen een optimale zwaaifase en een kortere grondcontacttijd. De grotere pashoek hangt dan ook samen met een kortere grondcontacttijd.

Paslengte en pasfrequentie, in eerder onderzoek wel aangetoond als bepalende factoren voor de loopeconomie, bleken in dit onderzoek niet samen te hangen. De onderzoekers wijten dit aan het feit dat goedgetrainde lopers een ideale balans hebben gevonden tussen pasfrequentie en paslengte en dat er in deze homogene groep te weinig verschillen worden gevonden in deze variabelen om een onderscheid te kunnen maken in loopeconomie. Tenslotte, niet onbelangrijk: de loopeconomie bleek duidelijk samen te hangen met de 10km tijd van de lopers.

Conclusie: Lopers die trainen voor de lange afstand hebben baat bij een grotere pashoek. Dit resulteert in een kortere grondcontacttijd, een maximale zwaaifase en een verbeterde loopeconomie.