Wattage drukt uit hoeveel vermogen je levert om vooruit te komen en dus hoeveel energie je lichaam per seconde produceert. Bij fietsen wordt dit direct gemeten via sensoren in het pedaal of de crank. Bij lopen is dat niet mogelijk, omdat er geen draaibeweging met constante weerstand is. Daarom berekenen wearables het vermogen op basis van een combinatie van sensordata en algoritmes. Running power is dus een modelberekend vermogen, geen rechtstreeks gemeten fysieke waarde.
Sporthorloge of footpod
Wearables meten wattages op twee manieren: via het sporthorloge zelf of via een footpod die je op je schoen bevestigt. Horloges combineren GPS, barometer en interne versnellingsmeters, terwijl footpods, zoals Stryd of de Garmin Running Dynamics Pod, dichter bij de grond werken en daardoor vaak stabielere waarden leveren, zeker bij wisselende GPS‑kwaliteit of intervallen.

Om loopvermogen te berekenen gebruiken horloges en footpods een reeks parameters. De belangrijkste zijn snelheid, versnelling, verticale oscillatie, grondcontacttijd, pasfrequentie, hellingsgraad van het terrein en je lichaamsgewicht. Geavanceerde footpods meten ook windweerstand. Het algoritme zet al die elementen om in een schatting van de kracht die je levert tijdens elke stap.
Waarom is op wattage trainen nuttig?
De interpretatie van loopwattages gebeurt aan de hand of je Critical Power (CP), vergelijkbaar met de drempelwaarde bij fietsers. CP is het hoogste vermogen dat je langdurig kunt volhouden zonder te verzuren. Op basis daarvan worden zones bepaald, van herstel tot intensieve intervaltraining. Zo kun je trainen op vaste wattagezones, net zoals veel lopers nu al doen met hartslag- of tempozones. Dat maakt pacing bijzonder consistent: waar tempo sterk beïnvloed wordt door wind, hellingen of terrein, weerspiegelt wattage altijd je reële inspanning. Bergop vertraag je, maar je wattage blijft hetzelfde of stijgt. Bergaf versnelt je tempo, maar je wattage daalt. Dat maakt vermogen ideaal om heuvelachtige routes of winderige wedstrijden gelijkmatig in te delen.
Naast pacing heeft running power nog andere troeven. Je kunt nauwkeuriger beoordelen of je efficiënter wordt: heb je minder watt nodig om eenzelfde tempo te lopen, dan ben je technisch beter of fitter geworden. In combinatie met gegevens als grondcontacttijd, pasfrequentie en verticale oscillatie kun je zelfs kleine aanpassingen in je loopstijl in kaart brengen. Verder helpt wattage ook om trainingen beter te structureren en progressie objectiever te volgen.

Hartslag
Hoe verhoudt running power zich dan tot hartslag? Beide gegevens vullen elkaar vooral mooi aan. Wattage is een externe, directe inspanningsmeter die onmiddellijk reageert op tempo- en terreinveranderingen. Hartslag reageert trager en wordt beïnvloed door factoren als temperatuur, vermoeidheid, stress en voeding. Tegelijk vertelt hartslag wél iets over hoe je lichaam op een inspanning reageert, terwijl wattage enkel de geleverde output toont. Samen geven ze het meest complete beeld.
Lees ook: Hoeveel km moet ik per week lopen om af te vallen? – RunningNL
Ook andere data, zoals tempo en cadans, blijven waardevol. Tempo toont de uitkomst (hoe snel je gaat) terwijl wattage de input toont (hoeveel moeite het kost). Cadans en paslengte helpen je looptechniek te evalueren. De kracht van moderne wearables zit net in de combinatie van al die gegevens: sneller inzicht, betere trainingssturing, meer efficiëntie en minder kans op overbelasting.
Wattages zijn dus geen wondermiddel, maar wel een bijzonder nuttige extra tool voor lopers die gerichter willen trainen. Dankzij de objectiviteit en onmiddellijke feedback kan je je inspanningen beter doseren, je techniek verfijnen en je wedstrijden slimmer aanpakken.