Hoe Mikky Keetels in rap tempo de marathonwereld verovert: ‘Ik begin gewoon, het hoeft niet perfect te zijn’

Nog geen vier uur na een vlucht uit Kuala Lumpur staat nationaal marathonkampioene Mikky Keetels alweer op de baan in Utrecht, met een glimlach en zichtbaar zin om te lopen. De 27-jarige atlete – misschien wel de snelste stewardess ter wereld – verovert dit jaar de marathonwereld. Ze werd nationaal kampioen, won de marathon van Vancouver, die van Edmonton en zette een wereldrecord neer bij de Wings for Life World Run. Het ultieme doel? Kwalificatie voor de olympische marathon van 2028. Hoog tijd voor een gesprek dus. Over haar jeugd in Schijndel, moeilijke momenten op een loopband in Sjanghai, haar motivatie om maatschappelijk bij te dragen en haar stappen richting een professioneel bestaan als atlete. “Ik zie wel hoe het loopt. Letterlijk.”

“Ik ren zo vaak op en neer als je wil, hoor”, zegt Mikky Keetels tegen de fotograaf als ze voor de vierde keer op hoge snelheid rakelings langs zijn camera vliegt. Om er daarna met een grote glimlach aan toe te voegen: “Nou ja, 62 kilometer is wel de max.”

Die 62 kilometer is geen grap. Dat was de afstand waarmee Keetels op zondag 10 mei wereldwijd de beste vrouw werd tijdens de Wings For Life World Run in Breda (daarover later meer). Het is een van de vele hoogtepunten van de 27-jarige Utrechtse in een periode die leest als een droomseizoen. Zo won ze ook – drie weken na haar nationale marathontitel in Rotterdam – de marathon van Vancouver. Daarnaast won ze de halve marathon van de Stevensloop en de 10 km bij de Gerard Tebroke Memorialloop. En dat allemaal in combinatie met een fulltimebaan als stewardess.

Lees ook: Mikky Keetels wint marathon van Edmonton: ‘Had nog wel 20 km door gekund’ – RunningNL

Overwinningssprongetje

Het zijn overwinningen die niet alleen opvallen door de tijden, maar ook door de manier waarop ze tot stand komen. Haar overwinningssprongetje – waarbij ze springend de finishlijn passeert – is daarbij exemplarisch. “Dat deed ik dus altijd al. Waarom? Gewoon, uit enthousiasme. Ik deed het ook als ik niet won, haha. Het is dat iemand me erop attendeerde dat het een dingetje werd. Maar het is iets wat ik altijd al deed.”

Utrecht, tweede pinksterdag, 12.30 uur

We zijn in Utrecht. Op de atletiekbaan van het Amaliapark, de baan waar Keetels vele kilometers aflegde en zweetdruppels achterliet. Klokslag 12:30 uur arriveert de atlete op een Swapfiets met een koffer in de hand. Ze komt – hoe kan het ook anders – bijna rechtstreeks van Schiphol. Haar vlucht uit Kuala Lumpur landde drieënhalf uur geleden. Ze trok thuis even een hardloopoutfit aan en staat er weer goedgemutst bij. “Ach, je kan het beste gewoon doorgaan. Dan ben je het snelste weer in je ritme. Ik heb er zin in!”

Avontuur

Dat is precies hoe het grote publiek Keetels inmiddels leerde kennen: vrolijk, enthousiast en avontuurlijk. Het leven oogt licht, chaotisch en vrolijk — en dat is het vaak ook. Toch is er het laatste jaar – en zeker na haar recente overwinningen en een verbetering van haar pr bij de NN Marathon Rotterdam naar 2:30:42 – veel gebeurd. Tijd dus voor een nadere kennismaking.

Ondersteboven op klimrek

Keetels groeide in het Noord-Brabantse Schijndel op als middelste kind in een sportief gezin van vijf. Ze heeft een oudere zus en een jongere broer. Sport speelde een belangrijke rol, zo vertrok de familie bijvoorbeeld jaarlijks op winstersport, maar het was zeker geen topsportfamilie. “De inhoud van de topsport is trouwens nog altijd een ver-van-hun-bed-show, maar ze zijn wel heel supportive.”

Hoe was je als kind? Nog energieker dan nu?

Lacht. “Ik was een heel bewegend en sportief kind. Mijn ouders filmden alles. Als je die video’s terugkijkt, dan zie je me regelmatig ondersteboven in een klimrek hangen of in een spagaat ergens op de grond liggen. Ja, ik was altijd aan het bewegen. Mijn ouders stimuleerden ons om te sporten. We mochten zo vaak wisselen als we wilden, maar moesten wel een teamsport doen.”

Wat voor sporten deed je?

“Van alles. Tennis, turnen, ballet, hockey. Hockey deed ik het langst, tot en met de A1 van SMHC De Hopbeld. Dat was een leuk niveau, maar nadat ik in Utrecht ging studeren en buitenlandse stages ging lopen, stopte ik daarmee.”

Op de middelbare school startte Mikky met havo/vwo. “Maar ik was niet zo’n boekenkind, ik was meer een doener.” Uiteindelijk rondde ze vmbo-theoretisch af en startte ze met de opleiding toerisme. Niet toevallig, want haar moeder werkte als reisleidster. Door die verhalen wist ze al jong dat ze stewardess wilde worden. “Ik was gewoon meer van het aanpakken, dingen doen. Tijdens de opleiding toerisme werkte ik ook in showteams op vakantieparken. Stond ik daar in zo’n avonddansshow, ergens in Portugal of Griekenland. Daarna dacht ik: oké, ik ga toch verder studeren.”

Dat werd journalistiek. Inmiddels scheidt alleen een scriptie haar nog van het diploma. Maar dat papiertje laat nog even op zich wachten, Keetels heeft andere prioriteiten. Kwalificeren voor de olympische marathon bijvoorbeeld. En dat terwijl ze tot 2019 nog nooit haar hardloopschoenen had aangetrokken om een rondje te lopen.

Dat verdient een nadere uitleg. Hoe is het zaadje geplant?

“Dat was in 2019. Ik wilde iets doen voor het goede doel, voor KiKa. Ik zag dat je een marathon kon lopen om geld op te halen. Ik dacht: nou, dat ga ik doen. Maar ik was helemaal geen loper. Mijn moeder keek me met grote ogen aan. ‘Wat ga jij doen?’, zei ze. Maar ik keek er luchtig naar. Het leek me bijzonder om met zo’n grote groep geld in te zamelen. Vanaf dat jaar liep ik elk jaar één of twee marathons voor het goede doel.”

Goede doelen

Een maatschappelijke bijdrage leveren. Het is al jaren een grote drijfveer. Zo reisde ze na haar middelbare school naar Thailand om goededoelenprojecten te doen. “Ik vind het gewoon belangrijk dat – als je zelf gezond bent – je iets bijdraagt voor mensen die dat niet zijn. Dat heeft er altijd ingezeten en kreeg ik ook vanuit thuis mee.”

Het is juist daarom dat ze haar prestatie bij de Wings for Life Run zo betekenisvol vond. Dat evenement – waarbij de race stopt als je wordt achterhaald door een auto – stond in het teken van geld ophalen voor mensen met ruggenmergletsel.

“Ik dacht vaak tijdens de race: wat als morgen zoiets bij jou gebeurt? Ga je dan opgeven? Ik liep ook met een goede vriend in gedachten, die na een zwaar ongeluk een hel van een revalidatietraject volgde en elke keer bleef doorzetten. Ik dacht ook aan Isa (die bij een skiongeluk een dwarslaesie opliep en bij de Wings for Life Run 800 meter aflegede, red.) en Menno (ook hij liep na een ongeluk een dwarslaesie op, red.), die ook zo’n traject meemaakten. Zij zijn zo sterk. Natuurlijk had ik pijn richting die 62 kilometer, maar voor mezelf was het duidelijk: of je valt om of je wordt ingehaald door de auto. Daar zat niks tussen.”

Terug naar het hardlopen. In die periode rond 2019 begon je ook met studeren in Utrecht. Hoe verhield het hardlopen zich tot het studentenleven?

“Het schoot er vaak bij in, om eerlijk te zijn. Ik zat in een dispuut en ging regelmatig op stap. Zo liep ik in die tijd de marathon van Valencia na een weekend daar met vriendinnen gefeest te hebben. Of ging ik na een feestje ‘even de ellende eruit lopen’. Dat was een mooie tijd, maar tegelijkertijd miste ik de sport wel. Diep vanbinnen wist ik altijd dat er een moment kwam dat ik het serieus ging aanpakken. Tijdens een reis in 2022 ging de knop om. Niet direct met torenhoge ambities, maar ik begon een paar keer per week serieus te lopen. En ik begon gezonder te leven.”

Wanneer dacht je: hé, ik ben hier goed in?

“Dat was tijdens de Amsterdam Marathon van 2024. Ik klokte daar 2:45, maar ik liep op het startbewijs van een Belgische man. Die tijd stond dus niet op mijn naam geregistreerd. Dat vond ik achteraf zonde, maar ik voelde vooral: hier zit meer in. Dus ik besloot hard door te trainen.”

Daar was niets aan gelogen. Een half jaar later finishte ze – nog altijd onder de radar – in Rotterdam in 2:34:09. Typerend was dat ze bij de finish minutenlang in haar eentje op een vriend wachtte die na haar zou finishen. Vrijwel niemand – inclusief Keetels zelf – had door dat ze als tweede Nederlandse finishte, achter Anne Luijten. “Ik ging daarna met een vriendin naar een bar. Pas een paar dagen later – toen ik een interviewverzoek kreeg – begon het een beetje te dagen. Vanaf dat moment is het snel gegaan.”

220 km per week

Een jaar later. Bij de persconferentie van de NN Marathon Rotterdam op vrijdag 10 april zit Keetels op het podium naast topatleten Koen Naert, Filmon Tesfu en Bashir Abdi. Stuk voor stuk atleten die volgens een topsportregime leven: trainen, eten en slapen. En dat vaak ook nog voor lange tijd op hoogte, ver weg van familie en vrienden. Als Keetels vertelt dat ze in combinatie met een fulltimebaan als stewardess in piekweken 220 km per week loopt, is de verbazing van hun gezichten af te lezen. “Misschien moeten ze een loopband voor je in het vliegtuig maken”, grapt Abdi.

Het werk als stewardess en topatleet lijkt voor velen haaks op elkaar te staan. Hoe combineer je dat?

“Voor mijn ritme is het niet ideaal. Tegelijkertijd betekent een lange vlucht vaak ook dat ik een paar dagen op die bestemming blijf. Dat geeft tijd om overdag te trainen. En daarnaast geeft het me energie. Als ik weet dat ik naar Vancouver ga, kan ik nu al uitkijken om daar langs het water te lopen. En uiteindelijk – en dat klinkt misschien cliché – is het, zeker als je 200 km per week loopt, belangrijk dat je het leuk vindt. En dat zijn van die momenten waar ik er extra van geniet.”

Wil je het hele verhaal met Mikky lezen? Haal het zomernummer van RunningNL dan in de boekhandel óf bestel het hier online. 

Like this article? Share it!

Misschien vind je deze ook interessant?

Meld je aan voor de nieuwsbrief en ontvang wekelijks: