Bliksem is zichtbaar blij haar baasje weer te zien, die net terugkomt van een fotoshoot in de natuur rondom Terwispel. Terwijl de hond haar mand opzoekt, schenkt Roxane Knetemann (38) een glas water in voor het bezoek dat is afgereisd naar haar woonplaats Terwispel, een klein dorp met zo’n duizend inwoners, op tien kilometer van Heerenveen. Voor Knetemann, die zichzelf ‘import-Fries’ noemt, en haar man Wim Stroetinga (eveneens voormalig wielrenner), is het hier goed toeven.
Wie het dorp binnenrijdt, ziet direct de ruimte, uitgestrekte weilanden en bossen. Het koppel woont op een steenworp afstand van bosgebied Oranjewoud en kan ook makkelijk de Veenpolder in (‘Ik ben echt wel een polderrocker’). Op al die verschillende routes komt ze zelden iemand tegen – ideaal voor een rondje hardlopen of fietsen én perfect om de gedachtes in haar hoofd te ordenen.
Knetemann werd in 1987 geboren in Roosendaal & Nispen, maar groeide vanaf haar vierde op in het Noord-Hollandse Krommenie, waar haar ouders vandaan komen. Ze is de dochter van voormalig wereldkampioen wielrennen Gerrie Knetemann, die in 2004 overleed. Ook moeder Gré was wielrenster. Roxane zelf was dertien jaar profwielrenster. In 2009 en 2012 veroverde ze de Nederlandse titel op de puntenkoers. Daarnaast werd ze kampioen in de koppelkoers op de baan: in 2010 samen met Amy Pieters en in 2012 met Marianne Vos.
Media
In 2019 zette ze een punt achter haar wielercarrière en stortte zich op een loopbaan in de media. Tegenwoordig is ze in het wielerseizoen veelvuldig te zien en te horen bij de NOS, en bij het AD is ze co-host van de AD-wielerpodcast ‘In Het Wiel’. Daarnaast begon ze na haar wielercarrière vrijwel direct met hardlopen. Hoewel de overgang naar een andere sport met horten en stoten verliep, was ze meteen verkocht en kan ze zich een leven zonder hardlopen niet meer voorstellen.
We zitten inmiddels aan de keukentafel bij Knetemann en Stroetinga. Terwijl Bliksem (‘ze doet niks hoor, het is een hele lieve hond’) nog altijd tevreden in haar mand ligt, begint Knetemann – die inmiddels drie marathons en diverse andere wedstrijden liep en zo’n vijf keer per week haar loopschoenen aantrekt – te vertellen over haar hardlooppassie.
Wat maakt hardlopen zo bijzonder voor jou?
“Het mooiste aan hardlopen vind ik dat je na 45 minuten een voldaan gevoel hebt. Ook als je weinig tijd hebt, kun je altijd wel drie kwartier vinden om te gaan lopen. Het is heel laagdrempelig.”

Is dat anders dan bij fietsen?
“Absoluut. Ik wil niets afdoen aan mensen die dat wel hebben, maar mij maak je niet blij met 45 minuten fietsen. Dan ben ik meer tijd kwijt aan de fiets schoonmaken en omkleden dan dat ik daadwerkelijk gefietst heb. Dat vind ik het fijne aan hardlopen: je trekt je schoenen aan, je bent weg, je doucht en je bent klaar. Bovendien kun je overal hardlopen en in je koffer is altijd plek voor een paar loopschoenen.”
Die loopschoenen gaan dan ook overal mee naartoe. Een weekendje Texel, een dagje Amsterdam of vier weken voor de NOS naar de Tour de France – er wordt altijd gelopen. “Ik vind het leuk om op zo’n plek te gaan hardlopen. Ik ben echt een buitensporter. Dat is ook het mooie aan lopen: je bent buiten in de natuur.”
Lees ook: Een gel of een reep tijdens het hardlopen? Het is een wereld van verschil – RunningNL
Je wandelt ook veel. Wat betekent buiten zijn voor jou?
“Buiten zijn zet dingen in gang. Je kunt zaken relativeren. Ik ben best druk in mijn hoofd. De natuur, in combinatie met sport, is voor mij een van de weinige momenten dat ik rust krijg in mijn hoofd. Het geeft me helderheid. Het kan niet anders dan dat de natuur daar iets mee doet. Ik gun iedereen dat ze dat kunnen voelen en ervaren.”
Juist dat aspect maakt dat Knetemann altijd ruimte maakt om een rondje te gaan lopen. Ook als ze tijdens de Tour de France voor de NOS lange dagen maakt, is ze ’s ochtends vaak al vroeg uit de veren om een rondje te lopen. “Mensen vragen me weleens: ‘Hoe combineer jij dat allemaal?’ Voor mij is dat geen vraag. Het is gewoon onderdeel van mijn leven. Ik kan me niet voorstellen dat ik net zo energiek en fris ben als ik niet loop. Stel dat ik tijdens die vier weken Tour de France helemaal niets zou doen, dan word ik doodongelukkig. Hardlopen is voor mij echt een oplaadmoment. Het is een van de weinige momenten dat het in mijn hoofd heel sereen is. Dat zijn echte geluksmomentjes.”
Bliksem
Knetemann loopt het liefst alleen (‘Nee, je maakt mij niet blij met de vraag om samen te lopen.’ Al blijkt later in het gesprek dat ze toch niet zo’n hekel heeft aan samen lopen). De enige die af en toe mee mag is haar hond Bliksem. “Dat zijn mijn favoriete loopjes. Ik kies dan een rondje uit waar ze lekker veel los kan lopen.” In haar trainingsprogramma – opgesteld door voormalig topatleet Michel Butter, waarover later meer – staan zelfs heuse Bliksem-loopjes in het schema.
“Dat is een loopje van 50 minuten met veel versnellingen van 30 seconden. Ik vind ze stom, maar omdat Bliksem lekker meedoet, wordt het toch weer leuk. Ik praat ook tegen haar: ‘Let je op, we gaan weer!’ Dan hebben we echt een soort interactie, daar word ik blij van. De grap tussen Michel en mij is nu dat dit de ‘Bliksem-loopjes’ zijn.”

Atletiekvereniging
De eerste stappen van Knetemann als hardloopster gaan veel verder terug dan het einde van haar wielercarrière. Als meisje van zes jaar werd ze door haar ouders aangemeld bij de plaatselijke atletiekvereniging.
Hoe was dat?
“Ik was geen hoogvlieger”, lacht ze. “Het enige dat ik een beetje kon was hardlopen. Dat heb ik tot mijn veertiende gedaan.”
Dus geen polsstokhoogspringen en speerwerpen voor jou?
“Nee, absoluut niet. Ik ben geen technisch wonder, dus die onderdelen waren niet aan mij besteed. Toen ik eenmaal ging fietsen, vond ik het hardlopen niet meer leuk genoeg en stopte ik ermee. Tijdens mijn carrière heb ik ook weinig hard gelopen. Ik heb het weleens geprobeerd, maar op een bepaalde manier was dat toch gevaarlijk. Conditioneel kun je dan vrij hard, maar de spieren en pezen zijn dat niet gewend. Dan had ik in no-time zere benen.”
Hoe verliep de overgang van wielrennen naar hardlopen?
“Dat was wel een zoektocht. Zeker in het begin was het lastig inschatten of iets spierpijn was of echt een blessure. Zo’n pijntje kan in twee weken ineens iets groots worden. Dat was ik niet gewend uit het wielrennen. Daar breek je wel eens iets, maar fiets je niet vaak met een pijntje zoals ik dat bij het hardlopen wel ervaarde. Tussen 2019 en 2022 kon ik, met veel ups-and-downs, twee à drie keer per week pijnvrij hardlopen. Vanaf 2022 kan ik gewoon steady lopen. In 2024 voerde ik, voor de marathon van Valencia, de trainingsfrequentie op tot zo’n vijf keer per week. Dat heb ik sindsdien vastgehouden.”
Hele artikel lezen? Lees verder via Blendle.nl of bestel het nummer via de webshop.