Aart Stigter liep in zijn carrière 34 marathons en bleef 18 keer onder de 2u20. Zijn persoonlijk record bedraagt 2:15:14, gelopen op 7 mei 1989 in Amsterdam. Aart begon met hardlopen tijdens zijn politieopleiding. “Ik bleek bij onderlinge wedstrijden goed mee te kunnen. Later ben ik sportdocent bij de politie geworden, een redelijk zelfstandig beroep waarbij ik zelf mijn agenda kon invullen. Zodoende kon ik goed trainen.”
“Mijn eerste ‘loopschoenen’ hadden geen demping”, herinnert Aart zich. “Bij een wedstrijd die ik won, was de eerste prijs een paar Hummel-sportschoenen, maar ook die hadden 0,0% demping. Heel riskant voor blessures dus. Bij de politie kreeg je toen trouwens maar twee paar sportschoenen, één voor binnen en één voor buiten.” De Nike-schoenen die hij in die periode voor zijn verjaardag kreeg, bleken een grote verbetering. “Daarna heb ik lang op Karhu’s gelopen, een aansprekende schoen die in Finland gemaakt werd, al liet de demping nog wel te wensen over. Nadat ik in 1994 op de Coolsingel in Rotterdam Nederlands marathonkampioen werd, waren mijn kuiten dagenlang nog zo hard als een plank.”
Trainingspakken van katoen
Ook loopkleding stond in die tijd nog in de kinderschoenen. Trainingspakken waren van katoen en als het regende werd die kleding loodzwaar. “Ook shirts waren van katoen en hadden geen enkele warmteregulatie, zoals nu wel het geval is. Dat katoen droogde ook slecht na regen of transpiratie. Daarna kwamen de strakke tights in de mode, maar het duurde echt nog een tijd voordat wij in die hele strakke broeken de weg op durfden.”

Aart Stigter op weg naar de 3e plaats in Egmond 1989
Data
Data speelden in de jaren voor de millenniumwissel al helemaal geen rol in de trainingen van de Nederlandse toplopers. Strava, Instagram, Facebook of andere sociale media bestonden nog niet. Aart: “Je kwam elkaar tegen op de wedstrijden en dan hoorde je wat de concurrentie had gedaan. Voor mij zouden die dagelijkse updates van andere lopers op sociale media een afleidende prikkel zijn geweest. Ik had wel een horloge, maar dat gaf enkel aan hoe lang je gelopen had, niet hoe ver. Daar heeft de huidige generatie duidelijk een extra voordeel.”
Sportvoeding bevond zich ook nog in de ontwikkelingsfase. Aart hield zich in zijn jaren als toploper niet bezig met isotone dorstlessers en energiegels. “Sportvoeding was geen zaak waar ik me druk om maakte. Achteraf gezien heeft me dat misschien wel een paar minuten op mijn marathon-PR gekost, want ik had tijdens het lopen regelmatig maag- en darmklachten. Daarom dronk ik bij kortere wedstrijden tot en met de halve marathon nooit. Als het langer werd, dronk ik water. Mijn PR op de marathon (2:15:14) liep ik zelfs zonder te drinken. De sportvoeding van vandaag is voor de huidige generatie toplopers een echte verbetering.”
Halve marathon
Aart had niet de snelheid om een topper op de 800 of 5000 meter te worden. Wel bleek hij een uur lang een hoge kruissnelheid te kunnen aanhouden. Daarom werd de halve marathon zijn specialiteit. “Ik kon zonder drinken een uur goed op de limiet lopen en dan waren we bij een halve marathon al bijna bij de finish. Die 21 km ging me goed af en ik liep geweldige uitslagen.” Zo haalde Aart bij de Halve van Egmond het podium en liep hij een persoonlijke besttijd van 1:02:59.
…
Naast het schoeisel is ook de kleding in sneltreinvaart veranderd, van het katoen bij Aart tot dry-fit lycra shirts met korte tights en armstukken nu. Ook het oog wil wat, dus er zijn talloze kleuren beschikbaar in de winkels. Bas: “Als ondernemer is het natuurlijk mooi dat allerlei kleurrijke en inventieve loopgadgets beschikbaar zijn, maar voor mij als mens is gewoon lekker lopen het belangrijkste. Ik gebruik een sporthorloge waarop ik de rondetijden zie. Hartslag en lactaatinfo zijn, net als bij mijn vader, niet aan mij besteed. Hardlopen is een makkelijke sport, waarom zou je het dan moeilijk maken?”
Wil je het hele artikel lezen? Lees dan verder via Blendle of bestel hier het magazine.
Lees ook: De 23 gouden loopregels – RunningNL