Het lekkerste aan hardlopen vindt Ray Klaassens dat de wereld op dat moment letterlijk en figuurlijk aan hem voorbij gaat. Zodra hij zijn schoenen aantrekt, voelt hij zich vrij in zijn hoofd en om te gaan en staan waar hij wil. “Het mooie aan hardlopen is dat je echt alle kanten op kan. Ik vind het heerlijk om van de geasfalteerde weg af te gaan.”
Klaassens houdt van avontuur en uitdagingen. Trailrunnen, oneffen ondergronden, hoogteverschillen en ploeteren door de modder of het water. “Soms zit ik dan onder de schrammen, maar ik vind het heerlijk. Het is de manier waarop ik mijn energie kwijt kan. Dat komt ook door mijn achtergrond, denk ik.”
Korps Commandotroepen
De 53-jarige Helmonder werkte lange tijd voor het Korps Commandotroepen, een speciale eenheid van de Koninklijke Landmacht. Met het Korps diende hij onder meer tijdens missies in Libanon, Ivoorkust, Afghanistan en Bosnië. Later werkte hij nog voor de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Hij leerde er dingen over leiderschap, het verleggen van grenzen, discipline en buiten je comfortzone durven te treden.

Kamp van Koningsbrugge
Dat deed hij in relatieve anonimiteit, maar de afgelopen jaren vergaarde de oud-commando landelijke bekendheid door het televisieprogramma Kamp van Koningsbrugge (en later ook het tv-programma Strijders, red.). Daar begeleidt Klaassens als hoofdinstructeur vijftien gewone burgers die acht dagen lang de loodzware Special Forces-training ondergaan.
Daarnaast runt hij sinds tien jaar samen met zijn compagnon Onno van Boven zijn eigen onderneming Triangular Group en is hij actief in het lezingencircuit. Ook schreef Klaassens twee boeken: Groeipijn en Je bent wat je doet.
Lees ook: Kiprun gaat de strijd aan met de grote jongens: ‘We willen een major brand worden’ – RunningNL
Impact maken
Om zijn gedachten te kunnen verzetten en zich fit te voelen, trekt Klaassens met enige regelmaat zijn hardloopschoenen aan. Het liefst zo’n twee tot vier keer per week. “Maar ik hoef topatleten niet te vertellen hoe ze moeten lopen, hoor”, benadrukt hij aan het begin van het interview. “Dat weten zij veel beter dan ik en ze zijn ook veel sneller dan ik.”
Klaassens vindt het niet belangrijk of hij de 10 kilometer in 46, 48 of 58 minuten rent. Net zoals w Ik probeer mijn boodschap zo goed mogelijk voor het voetlicht te brengen en impact te maken op het gebied van leiderschap, samenwerken, mindset en veerkracht hij er geen waarde aan hecht of hij tijdens een hardloopwedstrijd eerste, derde of veertiende wordt. “Het gaat mij niet om het resultaat, maar om de weg ernaartoe”, zegt hij. “Ik geniet van de groei tijdens het proces.”

Instelling
Door die instelling en met zijn achtergrond kan hij naar eigen zeggen op andere vlakken van toegevoegde waarde zijn. “Er zijn veel mensen die diep vanbinnen willen sporten of zich fit willen voelen, maar nog niet altijd inzien dat het ook moeite kost. Zoiets moet je leren. Ik denk dat ik heel goed begrijp hoe ik mensen aan de gang kan krijgen om ergens moeite voor te doen.”
Dat wist hij naar eigen zeggen al lang, alleen is het verschil dat hij door het televisieprogramma Kamp van Koningsbrugge een platform heeft gekregen om het publiekelijk te vertellen. “Maar drie jaar geleden was ik exact dezelfde kerel, die hetzelfde naar sport en mentaliteit keek als dat ik tegenwoordig doe. Nu probeer ik mijn boodschap zo goed mogelijk voor het voetlicht te brengen en impact te maken op het gebied van leiderschap, samenwerken, mindset en veerkracht.”
Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief van Running.nl
Begin bij het begin
Klaassens wil anderen helemaal niet overtuigen dat een oud-commando sterk of slim is. Liever leert hij ze dat je altijd van A naar B kunt komen, als je het echt wil. Of dat nu is als deelnemer aan het programma Kamp van Koningsbrugge of als hardloper. Dat maakt volgens hem geen verschil. “Discipline kun je leren. Maar geef niet meteen al je geld uit aan dure trainingsschema’s en begin bij het begin. Doe een paar hardloopschoenen aan en trek de deur achter je dicht. Dat is het moeilijkste en moet je leren. Het liefst zeven dagen per week. Je hoeft niet per se zeven keer per week te rennen. Maar als je zeven keer per week iets doet waar je eigenlijk geen zin in hebt, dan word je dat vanzelf. Doe je dat niet, dan bouw je voort op een verkeerd gevoel in jezelf. Dat werkt niet.”
Persoonlijk leiderschap
Wanneer een beginnend hardloper het eenmaal fijn vindt om te lopen, dan heeft hij als het ware gewonnen, legt Klaassens uit. Zodra dat het geval is, kan een hardloper met een coach en trainingsschema’s aan de slag. “Het heeft te maken met een stukje persoonlijk leiderschap: hoe stap je af van het gevoel dat je altijd voor de weg van de minste weerstand wil gaan?”
Die weg van de weerstand moest Klaassens als kind zelf ook overwinnen. Dat was al zo op de middelbare school waar hij als jongen uit een volkswijk in Helmond in een nette buurt terechtkwam. “Ik voelde heel veel afstand en merkte aan alles dat ik er daar niet bij hoorde. Ik was onzeker en werd daardoor een vervelend ventje. Als ik het met woorden niet af kon, dan wilde ik het oplossen door te knokken.”

Doorzettingsvermogen
Hoewel Klaassens zijn middelbare schooltijd als vervelend ervoer, haalde hij zijn vwo-diploma. Hij wilde scheikunde gaan studeren aan de Universiteit van Nijmegen, maar toen hij hoorde hoeveel dat kostte, kon hij dat zijn ouders voor zijn gevoel niet aandoen. Ze hadden het al niet breed thuis.
In plaats daarvan besloot hij de Koninklijke Militaire Academie te gaan doen. Hij was naar eigen zeggen wel in voor wat avontuur, het leek hem spannend om de bossen in te gaan en vond het leuk om ‘fysiek te groeien’, zoals hij het zelf omschrijft. “Ik moest wennen in een groep, maar kon ook snel aansluiting vinden.”
Leiding geven
Vanaf toen ging het snel. Klaassens gaf als 23-jarig broekie al snel leiding aan gasten die ouder waren dan hij. “Dat was niet altijd even makkelijk, maar ik leerde er heel veel van”, zegt hij. En zo was het eigenlijk elke keer als hij in een nieuwe omgeving kwam of een andere functie kreeg. Later gaf hij ook leiding bij de Korps Commando troepen, voordat hij de overstap maakte naar de AIVD.
“Toen ik voor de AIVD ging werken, kwam ik in een heel andere cultuur terecht. Ik was voor de duvel niet bang en had als commando contraterreuroperaties op de wildste plekken uitgevoerd. Maar bij de AIVD ging het om andere dingen: communicatie, reflecteren en empathie. Het was voor mij opnieuw het bewijs dat je nieuwe dingen leert als je van omgeving verandert.”
Dat was niet altijd even makkelijk. “Het is elke keer weer alsof je in een koude bak met water valt. Je moet wennen, omdat je dingen nog niet snapt. Je bent dingen aan het ontdekken en dat kost energie. Vaak kom je jezelf tegen, daar moet je doorheen. Weten waarvoor je het doet. Doorzetten.”

Ray Klaassens pictured during a photo session. On 29, March, 2024 in Oirschot, The Netherlands, 29/03/2024
© Gregory Van Gansen/Imagetting
Hardlopen
Nu kijkt Klaassens met voldoening terug op de avonturen die hij heeft meegemaakt. Hij trekt de parallel met hardlopen. Waarbij het naast een goede conditie ook gaat om het hebben van een doel, de juiste mindset en doorzettingsvermogen. Zelf omschrijft hij het zo: “Het zit in je hoofd dat je ergens mee wilt stoppen. Dat punt moet je verleggen. Opgeven is een beslissing, maar doorzetten ook.”
Klaassens onderscheidt vijf fasen waar beginnende hardlopers doorheen gaan. 1: het overwinnen van de weerstand om de hardloopschoenen aan te trekken. 2: de eerste vijf tot tien minuten voelen niet fijn aan, omdat je nog warm moet worden. 3: je bent warm en begint het leuk te vinden. 4: op 80% van je ronde wordt het zwaar. 5: je bent klaar en de euforie die je voelt, duurt langer dan de loop zelf.
“Als je weet dat je deze fases doorgaat, kun je er vooraf al wat aan doen”, zegt Klaassens. “Organiseer sociale controle, dus zeg tegen je omgeving dat je gaat rennen en agendeer het moment. Accepteer daarnaast dat de eerste minuten niet lekker voelen en stel je erop in dat je het op 80% van je ronde zwaar krijgt.”
Focus
Klaassens herkent die moeilijke momenten zelf ook tijdens het hardlopen, zeker als hij langere afstanden rent. Waaraan hij dat merkt? Dan borrelt in zijn hoofd de vraag op: hoelang is het nog? “Als ik die gedachten krijg, weet ik van mezelf: shit, daar ga ik. Ik moet terug naar mijn focus.”
Daarvoor gebruikt hij de zes aandachtscirkels van de Duitse sportpsycholoog Eberspächer. In het model staan de zes cirkels symbool voor de hoeveelheid aandacht die je voor je taak hebt. Hoe dichter bij de binnenste cirkel (cirkel 1), hoe beter je concentratie. Hoe verder richting de buitenste cirkel (cirkel 6) hoe meer je bent afgeleid.
Klaassens: “Als je in cirkel 6 zit, kun je gedachten hebben zoals: wat doe ik hier? Hoe ga ik ooit de finish halen?” Zodra die gedachten bij Klaassens opspelen, heeft hij trucs om zichzelf terug te brengen naar de binnenste cirkel. Soms helpt het al als hij zich weer gaat focussen op zijn ademhaling of zich juist extra gaat concentreren op de cadans van zijn passen. Hij noemt het ‘terug naar de drill’.”

Taken uitvoeren
“Dus terug naar de taken die hij zo goed mogelijk moet uitvoeren. Vooral niet denken aan hoe ver hij nog moet. Een andere keer gaat hij rekensommen oplossen tijdens het rennen. In zijn hoofd stelt hij zichzelf de vraag hoeveel 912 – 247 is. “Daarvoor heb je focus nodig en dan nog ben je wel even bezig als je vermoeid bent’, zegt hij.
“Op dat moment is er geen ruimte voor vervelende gedachten, omdat je met iets anders bezig bent. Het leidt af en voor je de som hebt opgelost, ben je weer 300 meter verder.” Volgens Klaassens heb je al gewonnen als je je ervan bewust bent dat je bent afgeleid.
“De bewustwording maakt dat je terug kunt naar je focus. In mijn geval kan het zijn dat mijn tempo wel naar beneden gaat, omdat ik het zwaar heb. Dat vind ik niet zo erg. Ik wil niet stoppen, dan heb ik een slechte training gehad. Het draait om mindset.”
Marathon
Om zijn eigen mindset te testen, ging Klaassens in 2023 een behoorlijke uitdaging met zichzelf aan. Hij had altijd gezegd dat hij voor zijn 50ste een keer een marathon wilde lopen. Dus toen die dag aanbrak, vroeg hij ‘s ochtends aan zijn vriendin of zij hem even kon afzetten omdat hij 42 kilometer ging rennen. “Een marathon rennen? Nu? Je hebt niet eens serieus getraind”, was de reactie van zijn vriendin.
Dat was juist hetgeen Klaassens uitdaagde: hij was benieuwd hoe hij de test zou doorstaan, op welke momenten hij zichzelf zou tegenkomen en hoe hij ermee zou omgaan. Stiekem had hij het al tegen een aantal mensen in zijn directe omgeving gezegd, om zeker te weten dat hij niet meer terug kon. Dus ook niet toen hij ’s ochtends naar buiten keek, zag dat het regende en het slechts vier graden was.
“De algemene richtlijn is dat je onder de zeven graden een lange broek aan moet doen tijdens het hardlopen, maar ik besloot in een korte broek te gaan en alleen een flesje water mee te nemen. Eten had ik niet bij me. Ik dacht alleen maar: na ongeveer vier uur is het sowieso voorbij, dus wat kan mij gebeuren? Dat is een beetje mijn mentaliteit. Als ik me had voorbereid, wist ik dat ik het zou kunnen. Nu kwam het aan op mijn mindset.”
Maar toen hij een heel eind op weg was, moest Klaassens toch zijn vriendin bellen: zijn spieren waren onderkoeld en zaten helemaal vast. Hij kon geen stap meer zetten. Ook was het enige flesje water dat hij bij zich had al op. “Ik heb toen aan mijn vriendin gevraagd of ze een lange broek wilde komen brengen. Daarnaast had ze een flesje AA-drink en een Snickers voor me bij zich.”

‘Domme oen’
Tijdens het hardlopen speelden allerlei gedachten door zijn hoofd. Klaassens noemde zichzelf een ‘domme oen’, omdat hij zich niet had voorbereid en het zichzelf zoveel makkelijker had kunnen maken. Daarna probeerde hij zich weer te focussen op de taken die hij moest uitvoeren. Terug naar de binnenste cirkel.
“Nu gebruik ik deze ervaring ook tijdens lezingen om te laten zien dat ook ik door dit soort momenten ga.” Tijdens de lezingen merkt Klaassens ook dat hij het stempel van oud-commando met zich meedraagt. Al snel worden de termen ‘hard’ en ‘streng’ in een adem met zijn naam genoemd.
“Natuurlijk wordt dat deel van mij uitvergroot bij een televisieprogramma als Kamp van Koningsbrugge. Mensen denken dat ik alleen maar dat ben, maar dat is niet zo. Wie goed kijkt, ziet ook iets zachts, begripvols en coachends.”
Dat laatste, het coachende gedeelte, vindt hij erg leuk. Niet voor niks begeleidde hij zijn vriendin nog niet zo lang geleden naar haar eerste hardloopwedstrijd van tien kilometer. “We zijn begonnen om elke dag 2,5 kilometer te rennen. Hoelang we erover zouden doen, maakte niet uit. Het ging erom dat we elke dag die schoenen aandeden en die deur achter ons dichttrokken.”
Sociale media
Klaassens legde het proces richting de hardloopwedstrijd vast op sociale media, zodat anderen geïnspireerd konden raken. “Op een gegeven moment zag je dat mensen mee gingen doen om elke dag 2,5 kilometer te rennen.”
Het was precies waar Klaassens op had gehoopt. “Het grappige was dat het op een gegeven moment in het systeem van mijn vriendin was geslopen. Na drie weken vroeg ze uit zichzelf wanneer we gingen rennen.” Ook tijdens de hardloopwedstrijd zelf konden de volgers van Klaassens op sociale media zien hoe het zijn vriendin afging.
Nu zegt hij daarover: “Het mooie is dat ik gedurende het proces de vijf fases zag waar beginnende hardlopers doorheen gaan. Van het overwinnen van de weerstand om de hardloopschoenen aan te trekken tot de totale euforie na de finish en alles ertussenin.” Op de vraag wat Klaassens min of meer wilde meegeven aan zijn vriendin toen zij samen aan haar hardloopuitdaging begonnen, antwoordt hij: “Ik wilde haar het plezier van sport laten beleven. Haar laten genieten van het proces en laten ontdekken dat het leuk kan zijn om je grenzen te verleggen.”
Dit coverinterview met Ray Klaassens verscheen in mei 2024 in RunningNL-magazine
Lees ook: Hoe train je jouw mindset buiten het lopen om? Inclusief 7 praktische tips – RunningNL