Honderdduizenden jaren voordat we startnummers opspeldden, liepen vroege jager-verzamelaars al over de savanne. Niet voor medailles, wel voor voedsel. Die overlevingsstrategie sleutelde aan ons lichaam en maakte ons tot cracks in langeafstandslopen op onverharde paden. Trailrunning zit letterlijk in ons DNA.
Hij puft, zweet parelt op zijn voorhoofd, maar zijn pas blijft onverstoord. Behendig springt hij over een droge rivierbedding en slalomt hij tussen rotsblokken en struiken. Stof stuift op onder zijn voeten. Het plaatje lijkt uit een moderne trailrun te komen. Alleen: deze loper jaagt niet op een medaille, wel op z’n avondmaal – honderdduizenden jaren geleden op
de Afrikaanse savanne. Deze oeroude scène toont hoe verstrengeld onze favoriete sport is met het menselijk ontstaansverhaal.
Hoe we van mens naar hardloper gingen
Het eerste zaadje daarvoor wordt acht à tien miljoen jaar geleden geplant. Het klimaat in Oost-Afrika vertoont de eerste tekenen van verdroging, de regenwouden versnipperen en onze verre voorouders dienen zich aan te passen: om de grotere afstanden tussen bossen efficiënt af te leggen, gaan ze op twee voeten staan. Twee miljoen jaar geleden, ten tijde van de homo erectus, gaat die evolutie nog eens in een stroomversnelling. Er is weinig voedsel, waardoor de homo erectus creatief moet zijn. Hij gebruikt vuur, maakt steeds fijnere werktuigen en – belangrijker voor ons verhaal – gaat meer vlees eten. Op de savanne mag dan weinig plantaardig voedsel te sprokkelen zijn, kuddedieren zijn er wel. En dus gaat de homo erectus aan het rennen – eerst om de kuddes te bejagen, later om hun migraties te volgen. Gesofisticeerde wapens heeft hij niet, dus doet hij aan renjacht: grote afstanden afleggen over ruw terrein achter prooien die op pure snelheid winnen, maar niet op uithoudingsvermogen.
Evolutie beloont nuttige eigenschappen. Wie vlot loopt, bemachtigt meer voedsel en heeft een grotere kans om te overleven. En dus om zich voort te planten en loopgenen door te geven. Zo worden jager-verzamelaars alsmaar betere langeafstandslopers. Een langzame optimalisatie, over honderdduizenden jaren tijd. En ook al halen we ons eten nu in de supermarkt, die erfenis staat geprent in ons lichaam. “Anatomisch en fysiologisch is de mens uitstekend uitgerust om lange afstanden te lopen, vooral in de hitte”, zegt Dominique Adriaens, evolutiebioloog aan de Universiteit van Gent en auteur van In het spoor van de mens. “Dat is een direct gevolg van onze evolutionaire geschiedenis.” We zijn letterlijk geboren om te lopen.
Twee schokdempers en een springveer
Een voor de hand liggend voorbeeld: onze lange benen zijn een erfenis van de homo erectus. “Eerdere mensensoorten zoals de australopithecus en de homo habilis waren niet groter dan 1 à 1,5 meter”, vertelt Adriaens. “Dan verschijnt opeens de homo erectus, met een lengte van 1,60 à 1,70 meter. Die plotse toename in lengte liet hem toe veel efficiënter te wandelen en lopen.” Langere benen betekent grotere stappen. Daarnaast heeft ons lichaam twee natuurlijke schokdempers – het voetgewelf en de buigingen in de wervelkolom – en een zeer uitgesproken bilspier, de gluteus maximus. “Die duwt het lichaam naar voren bij het afstoten tijdens het lopen. Bij chimpansees zit die spier aan de zijkant van het dijbeen en heeft ze dus niet dezelfde functie.” De bilspier helpt ons ook om balans te behouden, zeker tijdens het traillopen van belang.
“Omdat ons bekken anders gebouwd is dan dat van een chimpansee, kunnen onze spieren efficiënter werken in een rechte houding en draaien we het bekken minder tijdens het lopen. Dat bespaart veel energie”, aldus Adriaens. Denk aan de chimpansee, die altijd wat voorovergebogen waggelt. Zijn ons verder van dienst bij het lopen: onze korte tenen. Lange tenen laten apen toe om in bomen te klimmen, maar onze stompjes genereren minder schokken en zetten efficiënter af. Het ligament nuchea in onze nek stabiliseert dan weer het hoofd: het zorgt ervoor dat onze blik strak vooruit kijkt, ook al stuitert onze paardenstaart wild. En al vloekt elke loper weleens over een naar opspelende achillespees, toch is het de held van ons loopvermogen. Vergelijk het met een springveer. “Telkens je voet neerkomt, slaat die pees spanningsenergie op. Een deel daarvan komt vrij bij de volgende afstoot, waardoor je minder spierkracht moet leveren.”
(…)
Lees het volledige verhaal in de nieuwste editie van RunningNL-magazine, met ook: alles over traillopen, de leukste natuurroutes in Nederland, met tips over hydratatie en voeding en wereldkampioene trail- en skyrunning, Ragna Debats, aan het woord. Liever online lezen? Lees dan verder via Blendle.