Europees marathonkampioen Koen Naert
Min.
Europees marathonkampioen Koen Naert

Passie en precisie

Europees marathonkampioen Koen Naert

Een marathon laat zich niet regisseren, de voorbereiding wel. Koen Naert bereidde zich met militaire precisie voor op de EK in Berlijn. Van uitgekiende effort of the day-trainingen, briefjes op de muur, teksten op zijn bidons tot het meenemen van een eigen weegschaal en voeding. ‘Ik wilde niets aan het toeval overlaten.’ In Berlijn betaalden alle opofferingen zich uit in goud.

Kort na het 31-kilometerpunt sloeg Koen Naert toe en versnelde. Een lange solo van ruim 10 kilometer. Met een stoïcijnse blik en een constant beenritme. Geen emoties, geen onrust, maar een diepe focus. In zijn cocon naderde Naert stap voor stap zijn droomdoel: de Europese titel. De neuspleister die inmiddels half los zat, wiebelde half voor zijn oog maar Naert leek er geen last van te hebben. Zo diep zat hij in zijn focus.

familieman

Pas bij 40 kilometer zag je voor het eerst zijn gezicht vertrekken. De opperste concentratie maakte langzaam plaats voor het besef dat hij Europees kampioen ging worden. ‘Ik houd niet van omkijken en lange tijd wist ik niet hoe groot mijn voorsprong was. Bij 40 kilometer kreeg ik te horen dat ik ruim een minuut voorsprong had. Ik kon het bijna niet geloven.’ Daarna liet Naert zijn emoties de vrije loop. Wisselend tussen hoofdschudden, glimlachen en zelfs een oerkreet liep hij zijn droom. In de laatste honderd meter zocht hij zijn vrouw Elise die met de vlag langs de kant stond. En dan volgt er die immense ontlading. Juichend gaat hij over de streep om direct daarna zijn handen voor het gezicht te slaan. Tranen van vreugde volgen. ‘Ik kan het nauwelijks beseffen. Hier heb ik van gedroomd en het is een fantastisch gevoel. Nadat ik de vlag van Elise had gekregen, brak ik. Ik ben een echte familieman en zij doet zoveel voor me, evenals de rest van mijn familie zoals mijn ouders en schoonouders. Ik heb ervoor gekozen om als een monnik te leven. Dat is niet hun keuze, maar zij offeren zichzelf op voor mij en doen alles opdat ik optimaal kan presteren. Ik ben hen heel dankbaar hiervoor en dat besef kwam er even helemaal uit. ’

zenuwen

Het werd een andere wedstrijd dan anders, in alle opzichten. Het tekende zich bij het opstaan al af. ‘Op de ochtend van de wedstrijd was ik zo ontzettend zenuwachtig. Dat heb ik nog nooit gehad. Maar blijkbaar heb ik de zenuwen in power kunnen omzetten.’

De zenuwen speelden hem geen parten tijdens de wedstrijd. Hij kon terugvallen op zijn minutieuze voorbereiding en zijn plan van aanpak. ‘Normaal ben ik iemand die nogal eens graag een handje meehelpt. Maar Elise had vooraf duidelijk tegen me gezegd dat ze me voor het 30-kilometerpunt niet op kop wilde zien. Ik heb dan ook geprobeerd om in het eerste deel zo zuinig mogelijk te lopen en niet onnodig krachten te verspelen. Eigenlijk verwachtte ik dat het open zou breken na 30 kilometer, maar er gebeurde niets. Bij de verversingspost op 32 kilometer zag ik mijn fysiotherapeut Leo Wouters staan. Dat was het moment waarop ik besloot te gaan. Ik heb nooit hardop gezegd dat ik ging voor goud, maar ik was er wel mee bezig. Ik heb getraind om hier solo over de finish te komen. Ik heb hier zo hard voor gewerkt en ook Elise heeft hier zoveel opofferingen voor gedaan. Vroeger droomde ik hier ook wel eens over, maar dit was de eerste keer dat ik het gevoel had dat het misschien wel ging lukken.’

briefje op de bidon

Tot dat moment heeft hij alles volgens plan gedaan. Hij heeft zuinig gelopen, zich gespaard en elke 2,5 kilometer had hij water over zijn hoofd gegoten om te koelen. Naert trekt de stoute schoenen aan, versnelt en slaat een gat. Garantie op de overwinning is er nog niet, hij gaat nog tien lange, onzekere kilometers tegemoet. ‘Ik merkte dat men moeite had om mij te volgen. Ik voelde me nog steeds goed en dat was een goed teken. Maar ik wist ook dat je je in de marathon op 36 kilometer nog fantastisch kunt voelen, en een kilometer verder voel je je shit. Ik probeerde met een zekere reserve te lopen, zodat er nog altijd iets extra’s was.’

Een lange solo volgt en Naert weet ook dat er bij elke verzorgingspost een boodschap zal zijn van zijn vrouw. Aan elke bidon plakt een briefje. In 2015, toen Naert in Berlijn zijn tweede marathon liep, en zich definitief plaatste voor Rio, had haar tekst een beslissende rol gespeeld in de eindfase van de marathon. ‘Mijn vrouw schrijft er altijd een boodschap op zonder dat ik weet wat er op staat. En die heb ik iedere 5 kilometer gelezen. Dat gaf me de kracht om ervoor te gaan. Ik ben iemand die heel voorzichtig is met het opzoeken van grenzen en op kilometer 35 had ik op mijn briefje staan: ‘nu door de muur’. Dat heeft voor mij het verschil gemaakt om op dat moment mee te gaan met de allersnelsten van mijn groep.’ Destijds verbeterde hij zijn persoonlijke record met ruim 3 minuten naar 2.10.31.

de vlag

Ook nu, tijdens deze belangrijke kampioenschapsmarathon zijn er de teksten om naar uit te kijken. ‘Zonder teksten kom ik niet aan de start. Iedere bevoorrading stond opnieuw een leuke boodschap voor mij klaar.' Het is duidelijk te zien op de beelden als hij bij kilometer 39 twee flesjes aanpakt. Het eerste flesje giet hij snel over zijn hoofd leeg. Op het twee plakt een geel briefje dat hij aandachtig leest voordat hij een slok neemt. Naert had de tekst nodig. ‘Die laatste drie kilometer ben ik echt diep moeten gaan. Ik heb alles uit mijn lichaam geperst en ben blijven doorlopen met steeds in mijn hoofd: ik ben hier aan het winnen.’

Blij, emotioneel en vol ongeloof draalt Naert, met de vlag om zijn schouders, enkele minuten rond in het finishvak. Naar de zijkant, terug naar de finishlijn. Hij kijkt, zoekt en het lijkt alsof hij nog niet zo goed weet wat hij als kampioen moet doen. Dan krijgt hij toestemming van de jury om terug het parcours op te gaan met de vlag. Hij gaat naar de plek waar hij de vlag aannam, de plek waar zijn vrouw Elise stond. Ze staat er niet meer. Hij zoekt haar en zij zoekt hem. Pas nadat we Naert voor de camera hebben gehad, krijgt hij in de gaten waar Elise staat. Hij verontschuldigt zich tegenover de volgende journalist, draait zich om en rent naar haar toe om haar te omhelzen met een innige zoen.

perfectionist

Niets wilde Naert aan het toeval overlaten. Zijn eerdere ervaringen in marathons als Berlijn, New York en de Olympische Spelen in Rio had hij gebruikt om te leren. Hij had zijn lichaam leren lezen en zelfs bij voorbereidingen met fysiek ongemak presteerde Naert goed. Zoals vorig jaar in New York nadat hij in de dagen voorafgaand aan de marathon diarree had, maar toch een achtste plaats noteerde. Of toen hij in het voorjaar van 2016 elf weken niet mocht lopen vanwege een breukje in het heiligbeen. Uren had hij in het zwembad doorgebracht. Aan opgeven dacht hij niet. ‘Ik heb toen verschrikkelijk hard alternatief getraind. Natuurlijk heb ik het ook enkele momenten moeilijk gehad, maar op die momenten trok ik me op aan het feit dat ik me op de Spelen aan het voorbereiden was. In het zwembad bijvoorbeeld tikte ik telkens de muur aan: ‘Eén olympische ring, twee olympische ringen, drie…’ en opnieuw, haha!’ In Rio knokte hij zich naar een 22ste plaats.

Hij formuleert duidelijke doelen en werkt daar gedreven naartoe. Reminders in allerlei vormen helpen hem om scherp te blijven. Zo plakte hij eerder briefjes en foto’s op zijn ijskast. ‘We wonen nu in ons nieuwe huis en Elise heeft graag orde in huis, dus die passen niet meer in ons nieuwe keukenconcept. Dan hang ik de kamer maar vol met briefjes en herinneringen aan mijn doel. Ook mijn mobiele telefoon is een goede motivator geworden. Ik kijk vaak op mijn telefoon en zorg dat mijn achtergrond emoties doet opwekken die me aan mijn doelstelling doen herinneren.' De dag dat de organisatie de ontwerpen van de medailles voor Berlijn naar buiten bracht op Twitter, printte hij ze uit. De laatste twee maanden van zijn voorbereidingen stond hij driemaal daags op de weegschaal, bij het opstaan en voor en na een training. ‘Bij mijn voorlaatste DEXA-scan in mei had ik een vetpercentage van 6,9 procent. Tijden de laatste, net voor de EK, was mijn vetpercentage 4,7%. Pieken heet dat’, zegt hij met een grote smile.

lactaat

Naert beoefent zijn sport met uiterste precisie. Alles wordt vastgelegd. Voor de laatste dagen heeft hij een compleet draaiboek. Daarin staat precies hoe hij zijn dagen doorkomt, wat en wanneer hij moet eten. Het eten neemt hij zelf mee. Vooraf is er contact met Vermarc, het bedrijf dat de kleding levert voor de Belgische equipe. De officiële kleding is overwegend zwart. Hij vraagt hen of het mogelijk is om voor hem een witte variant te maken van het singlet, om het lichaam zo koel mogelijk te houden. Naert gaat voor het EK langs om het singlet te passen en het materiaal te ervaren.

Alles word getest, toeval wordt waar mogelijk uitgebannen. Testen lopen als een rode draad door zijn carrière. Het zijn de lactaattesten die een aantal jaren geleden een belangrijke rol hebben gespeeld in de keuze om überhaupt de marathonweg in te slaan. Ruim voordat hij zijn debuut maakte op de marathon had zijn trainer Raymond van Paemel hem al vaker aangegeven dat dit de afstand zou zijn waar hij het meest tot zijn recht zou komen. ‘De marathon was eigenlijk vooral het plan van mijn coach, die graag had gehad dat ik in het najaar van 2014 voor de marathon ging. Maar ik wilde nog de 10.000 m bij de EK in Zürich lopen.’ Naert behaalde daar toen een elfde plaats op de 10.000 m. ‘Eind 2014 heeft Raymond me kunnen overtuigen. Hij zei: ‘Testen wijzen echt uit dat je een hele goede marathon aankan en qua lichaamsbouw ben je ook perfect voor die marathon.’

fulltime atleet

‘Raymond heeft bij de testen vooral gekeken naar lactaat en hoelang ik op hetzelfde lactaat een afstand aankan. Daar zijn we toen echt op gaan werken en we zagen dat die waardes gelijk bleven. Daardoor wisten we dat hoe langer het wordt, hoe beter dat ik tot mijn recht kom.’

In 2015 debuteert Naert in Hamburg op de marathon. Hij noteert een tijd van 2.13 en werkt dan nog steeds als verpleger in het brandwondecentrum. Pas nadat hij enkele maanden later 2.10 in Berlijn loopt en zeker is van Rio, besluit hij om zijn baan op te zeggen en vol voor de sport te gaan. ‘Ik had het wat moeilijk in het begin. Ik miste mijn werk als verpleegkundige en mijn collega’s wel heel hard. Ik werk 90 procent van mijn trainingen alleen af. Vroeger kon ik dat compenseren door er te zijn voor mijn patiënten. Inmiddels heb ik mijn weg wel gevonden.’

Elise

‘Voor mij zit het grote verschil in de tijd met mijn vrouw, Elise. Nu kan ik alles overdag doen, vroeger moest Elise nog veel meer opofferingen doen. Dat geeft ons meer tijd samen, wat zeker een positieve uitwerking heeft op een atleet. Hierdoor kan ik ook veel meer rusten en kan ik veel meer trainingen aan. Een ander groot verschil is dat ik nu supersnel recupereer. Vroeger, door het shiftensysteem waarin ik werkte, had ik veel meer weken nodig om te recupereren van grote wedstrijden. Nu gaat die recuperatie ontzettend snel. Bijvoorbeeld hoe snel ik herstelde van de marathon van Rio, ongelofelijk.’

De toewijding en discipline waarmee Naert zijn sport bedrijft, vergt ook het nodige van zijn gezin. ‘We zijn al heel lang samen, vanaf dat we jong waren en Elise is ook meegegroeid in dat proces van een atleet die 4 keer in de week trainde als scholier, naar iemand die nu 2.10 op de marathon loopt. Ze weet hoe ik in elkaar zit en dat is wel plezant.’ Het maakt dat Naert zich ideaal kan richten op zijn doel. Ook met de komst van zoontje Fynn in januari 2017 hebben de twee alles goed afgestemd. Ze begrijpt hem wanneer hij in de laatste weken panisch is voor ziektekiemen en leeft als een monnik. Dan neemt Elise iets meer van hem over en samen werken ze richting het grote doel.

Tokio

‘Koen heeft hier zo ongelofelijk hard voor gewerkt. Hij heeft zoveel alleen getraind en dat heeft hem ook mentaal heel sterk gemaakt. We wisten allebei dat hij hier in Berlijn heel goed ging zijn en we hadden ook al tegen elkaar gezegd dat hij de gouden medaille ging pakken. Maar dat wil je niet van de daken gaan schreeuwen tegen de media. Wij wisten allebei dat hij vandaag goed genoeg zou zijn om te winnen en ik denk dat dat geloof ook geholpen heeft.’

‘De laatste kilometers had ik echt buikpijn, maar ik wist ook dat Koen zich er doorheen zou slaan. Hij had getraind om hier solo over de streep te komen.’

Voor Koen Naert, die op 3 september 29 jaar is geworden, is er even een rustperiode. ‘Een kilo of drie aankomen.’ Dit jaar zal hij geen marathon meer lopen. Wel in 2019. ‘Klopt, we willen dan mikken op een scherpe chrono met het oog op kwalificatie voor Tokio 2020.’ Het vizier staat alweer scherp.

Karel Lismont (47 jaar geleden Europees kampioen, Naert de opvolger)

In 1971 werd Karel Lismont vanuit een underdogpositie Europees kampioen op de marathon. Het betekende voor de toen 22-jarige Lismont zijn internationale doorbraak. Daarna volgden nog vele successen waaronder twee medailles tijdens de Olympische Spelen. Lismont kende een lange carrière. In 1987 liep hij in Enschede zijn laatste marathon en behaalde daar een tweede plaats achter Marti ten Kate. Lismont was toen 38 jaar en had een maand daarvoor nog de marathon van Hamburg gewonnen.

De nu 69-jarige Lismont zag de race van Koen Naert op tv tijdens zijn vakantie in het Zwitserse Sankt Moritz. ‘Ik kom hier al sinds 1971, toen ben ik hier 9 dagen op hoogtestage gegaan in voorbereiding op de EK. Nog steeds kom ik hier graag.’ Lismont loopt ook nog steeds. ‘Om de dag een half uur. Qua tempo loop ik tussen de 4.10 en 4.20 per kilometer. Dat is lekker, dan begin ik na een kilometer of 5 te zweten en dan loop ik nog een stukje door. Een fijne inspanning.’

Lismont is een liefhebber, altijd al geweest. ‘Anders zou je ook geen marathons kunnen lopen. Net als bij Koen. Een marathon moet je gaande lopen. Koen liep gaande.' Gaande lopen? 'Als je iets met bezieling doet. Al doet het pijn, je blijft het toch doen. Het is een soort opoffering. Een maand alleen in Amerika gaan trainen zoals Koen deed, je moet het maar doen. Er zijn atleten die een marathon lopen omdat ze moeten, omdat het hun broodwinning is. Koen heeft daar niet naar gekeken. Hij heeft een paar jaar parttime gewerkt en nu fulltime-atleet en nu heeft het iets opgebracht.'

Die bezieling heeft Lismont ook. 'Dat ik nog loop mag je zot noemen, maar ik geniet ervan. Met een half uurtje kun je een goede fysieke conditie opbouwen. Dat vind ik genoeg om mijn hart, spieren en alles te oefenen.'

Lismont werd Europees kampioen in een tijd dat er nog geen hartslagmeters en lactaattesten bestonden en met een voedingsplan was men niet bezig. Zijn hele loopcarrière heeft hij een baan gehad bij de belastingdienst. ‘We trainden soms wel drie keer per dag. ’s Ochtends 8 kilometer, in de lunchpauze nog eens 8 kilometer en dan ’s avonds intervaltraining. En we liepen praktisch iedere week een wedstrijd. Bij elkaar liepen we ongeveer 150 kilometer. Stadsmarathons waren er nog niet, die kwamen pas in de jaren tachtig. De marathons van Londen en Rotterdam nog niet, die van Amsterdam wel. 'Die won ik in 1976 en ik kreeg een mooi beeld van Kees Verkade. Dit beeldje heb ik hier nog steeds staan, het is mijn meest waardevolle prijs,’ aldus een lachende Lismont.

Wedstrijden liep hij op een paar boterhammen met kaas, en tijdens de marathon dronk hij nauwelijks. Als hij dat wel deed, dan was het wat water. ‘Eigenlijk was ik meer getraind voor de 5000 en 10.000 meter dan de marathon. Wij deden de marathon er een beetje bij. In Helsinki liep ik vijf dagen voor de marathon de 10.000 m.’ Lismont werd zestiende in een pr van 28.31.2. Zijn Europese titel enkele dagen later is voor hem nog steeds zijn mooiste overwinning. ‘Niemand kende mij. Het was mijn eerste wedstrijd op internationaal niveau. Ik was pas 22 en stond daar ineens aan de wereldtop. Mijn mooiste overwinning al staat zilver op de Olympische Spelen sportief gezien hoger aangeschreven. Ik klopte daar toen Wolde die in Mexico olympisch kampioen was geworden.’ De Europese titel bracht Lismont eeuwige roem. ‘Heel veel mensen hebben die marathon op tv gezien. Mensen hebben me daar nog heel lang op aangesproken: ‘Zeg, weet je nog hoe je de krans kort voor de finish om je nek kreeg gegooid?'

Meer over

Dennis Kaspori

Dennis Kaspori richtte in 2007 samen met Vivian Ruijters hardloopplatform Losse Veter op, de voorloper van RunningNL. Hij is bovendien een van de initiatiefnemers van de Rotterdam Running Crew en bedenker van de Cruyff Foundation 14K Run. Zijn passie gaat uit naar ontwikkelingen op het snijvlak van sport, urban culture en technologie.

Lees verder