Oud-topboksster Nouchka Fontijn blijft fysiek en mentaal fit door hardlopen: ‘Een sport zonder excuses’

Tijdens haar carrière bokste ze maar liefst 180 wedstrijden en sleepte ze diverse medailles binnen op prestigieuze internationale evenementen, waaronder de Olympische Spelen en wereldkampioenschappen. Ook na haar sportieve loopbaan blijft Nouchka Fontijn aandacht besteden aan een fit en gezond leven, waarbij hardlopen een belangrijk onderdeel is. Daarnaast is ze na haar carrière een veelgevraagd spreker geworden over onderwerpen als mindset en veerkracht. Haar belangrijkste les? “De belangrijkste les aller tijden blijft om de handdoek niet in de ring te gooien."

‘Wat een mooie outfit!’ De opmerking komt van een voorbijgangster, die op het pad loopt langs de Zevenhuizerplas. Oud-topboksster Nouchka Fontijn lacht breed en bedankt enthousiast. ‘Die heb ik weer in de pocket’, lijkt ze te denken. Het is een klein, terloops moment, dat veel zegt over haar open en ontspannen houding. Even daarvoor had ze al een ontspannen onderonsje met een collega-hondeneigenaar – wiens hond contact zocht met de hond van Fontijn. Het is duidelijk dat zowel Fontijn als haar hond Simba hier niet voor eerst is en zich thuis voelt.

“We doen het gewoon honderd keer opnieuw hoor, geen probleem”, zegt ze even later tegen de fotograaf als die haar vraagt om het stukje over het strand nog eens te lopen. De Zevenhuizerplas, een recreatieplas onder de rook van Rotterdam en ten zuiden van Zevenhuizen – waar Fontijn woont – is een van de favoriete hardloopplekken van Fontijn. Een rondje is precies 6,7 kilometer, een perfecte afstand om ‘zichzelf en de hond uit te laten’, zoals ze het zelf omschrijft.

Palmares

Nouchka Fontijn (39) kende een indrukwekkende carrière als bokser. Zo was ze in 2016, tijdens de Olympische Spelen van Rio de Janeiro, de eerste Nederlandse vrouwelijke bokser op de Spelen. Op de Spelen in Brazilië pakte ze een zilveren medaille. Vijf jaar later in Tokio veroverde ze brons. Andere hoogtepunten zijn drie Europese titels (2014, 2017 en 2018) en vier medailles op wereldkampioenschappen (brons in 2014, zilver in 2016, 2018 en 2019). In totaal bokste ze 180 wedstrijden.

Na de Spelen in Tokio beëindigde ze haar carrière. Van een zwart gat was geen sprake, want ze ging direct andere avonturen aan. Zo was ze eind 2021 een van de tien deelnemers aan Special Forces VIPS. In dat tv-programma ging ze in Slovenië mee met de Special Forces op de zwaarste militaire trainingen. Dat deed ze met verve. Ze was – samen met Tim Haars – de enige die de eindstreep haalde. Een paar jaar later, in 2024, nam ze deel aan Expeditie Robinson. Na 34 dagen haalde ze de halve finale. Uiteindelijk eindigde Fontijn op een vierde plek.

Spotlights

Tegenwoordig staat Fontijn nog altijd regelmatig in de spotlights. Niet meer zoals in de boksring voor duizenden toeschouwers, maar wel als motivational speaker op podia voor onder meer grote bedrijven. “Sinds ik stopte, ben ik hiermee bezig. Ik had verschillende opties, want ik rondde een opleiding tot fysiotherapeut en personal trainer af. Het was logischer geweest om daar iets mee te gaan doen.”

“Maar ik vond het altijd mooi als ik kon vertellen over mijn ervaringen. Een van mijn eerste opdrachten was bij de lokale atletiekvereniging. Dat vond ik zo gaaf dat ik ging onderzoeken of ik daar mijn baan van kon maken. Dat lukte. Inmiddels spreek ik door het hele land. Vaak voor business teams, soms groot, soms klein. De ene keer de medewerkers, een andere keer het managementteam.”

Fontijn spreekt in haar lezingen veel over de ring of boxing en ring of business. “Ik denk dat er veel overlap is tussen boksen en het leven, zeker het bedrijfsleven. Na zo’n sessie geef ik vaak ook een boksclinic. Dan kunnen we het direct in de praktijk brengen. Mensen hebben het altijd naar hun zin. Het valt altijd goed, er gebeurt iets. Ik hoor ze soms gieren van het lachen.”

Lees ook: Adrian Kostera gaat voor ongekend wereldrecord: 1000 marathons in 1000 dagen – RunningNL

Fit blijven

Hoewel Fontijn geen topsporter meer is, blijft ze trainen. Een fit en gezond lichaam heeft een hoge prioriteit. Een keer of vier per week trekt ze de sportkleren aan. En ja, er wordt nog altijd gebokst – ze volgt af en toe een lesje. Daarnaast doet ze aan krachttraining en gaat ze minimaal een keer per week hardlopen.

Meestal in Schiedam, bijvoorbeeld in het Beatrixpark of de Abtspolder richting Delft. Maar ook de Broekpolder in Vlaardingen of de Zevenhuizerplas – waar we vandaag zijn – staan regelmatig op het programma. Het hardlopen is voor Fontijn niet iets nieuws. Als klein meisje was ze lid van de atletiekvereniging en tijdens haar carrière was hardlopen altijd onderdeel van de training. Ze heeft dus al heel wat kilometers in de benen.

Als de fotoshoot ten einde is, gaan we in de zon op een bankje zitten om verder te praten over het hardlopen.

Wat is je eerste herinnering aan het hardlopen?

“Dat ik in mijn jeugd veel buitenspeelde. Eens in de zoveel tijd organiseerden we een sportdag voor onszelf, ook al waren we maar met z’n vieren. Ik zie mezelf nog door het park rennen. De tijd bijhouden en kijken of het rondje steeds sneller kon. Ik ben ook twee keer lid geweest van de atletiekvereniging. De eerste keer toen ik een jaar of 10 was, de andere keer aan het einde van de middelbare school. Maar ik heb ook gehockeyd en getennist. Op mijn 14de stapte ik over naar taekwondo en op mijn 18de begon ik met boksen.”

Was hardlopen dan ook direct je favoriete onderdeel op de atletiekvereniging?

“Ik vond het zeker een van de leukere onderdelen. Maar ik had er ook een haat-liefdeverhouding mee. Want ik dacht ook: ‘Het wordt zwaar.’ Het voelde makkelijker om voor het discus- of speerwerpen te gaan. Dat doet minder pijn dan het rennen. Maar ik heb wel een aantal wedstrijden gedaan, voornamelijk 1500 meter. Geen spectaculaire tijden, hoor. Maar ik vond het mooi om te doen.”

Ook tijdens je bokscarrière bleef hardlopen onderdeel van jouw trainingsprogramma. Hoe zag zo’n training eruit?

“Dan liepen we bijvoorbeeld op een atletiekbaan net zo lang als de duur van een bokswedstrijd. En dan voluit. Voorheen was dat vier keer twee minuten en later drie keer drie minuten. Of lantaarnpaaltje sprinten. Naar de eerste paal rustig, de tweede sprinten, derde rustig en zo verder. We zochten wel echt die interval op. Boksen is natuurlijk een sport die heel explosief is en qua duur kort. Dan heeft het niet zo veel zin om 15 kilometer te gaan lopen.”

Wat vond je van zo’n training?

Lacht. “Nou, het was niet altijd iets waar ik naar uitkeek. Zeker niet naar die zware intervallen, dat doet gewoon pijn. Maar ik was er nog best goed in. We liepen zo’n training meestal met een groep van tien. Ik was altijd nummer drie, terwijl ik toch een van de zwaardere atleten was. Ik bokste altijd in de categorie tot 75 kilo, maar meiden die in de categorie tot 60 of 51 kilogram boksten, kon ik vaak goed bijbenen.”

Wil je het hele interview lezen? Lees dan verder via Blendle of bestel hier het magazine

Like this article? Share it!

Misschien vind je deze ook interessant?

Meld je aan voor de nieuwsbrief en ontvang wekelijks: