We schrijven 2,5 week voor de NN Marathon Rotterdam als Pim Bijl (33) vanuit Monte Gordo (Portugal) digitaal aanschuift voor een interview met RunningNL. Hij oogt ontspannen. Hij voelt zich goed. De trainingen gaan lekker en de Marathon Rotterdam komt dichterbij. Een glinstering in zijn ogen is, als hij over de marathon en over zijn nieuwe topsportleven praat, nooit ver weg.
Bijl zit in de zwaarste fase van de voorbereiding richting zondag 12 april. Na het interview volgt nog een rustige looptraining van zo’n 45 minuten, gevolgd door een lichte krachttraining. Een dag eerder voltooide hij een zware training van zo’n 36 kilometer, met een aantal serieuze tempoblokken. Drie keer 3 kilometer op marathontempo, twee keer 2 kilometer op halvemarathontempo en één keer 1 km op 10-kilometertempo. Hij verteert zo’n sessies steeds beter en heeft ook minder dan in het verleden te kampen met pijntjes. “Als je bij zo’n training af en toe het gevoel hebt dat het pittig en taai is, maar je ongeveer de beoogde tempo’s haalt en de dag erna niet mank loopt, dan is die in the pocket en kun je verder opbouwen.”
Lees ook: Dit zijn de snelste atleten die zondag aan de start staan van de NN Marathon Rotterdam – RunningNL
Aftellen
De trainingsomgeving in Portugal draagt bij aan het goede gevoel. Bijl: “We zijn hier gewoon écht met een leuke groep mensen, dat steekt elkaar aan. Ook mijn coaches Guido Hartensveld en Michel Butter zijn hier. Dat ik met een fit lijf in een lekker klimaat mijn zwaarste trainingsweken kan draaien, geeft vertrouwen richting de marathon.” Later meer over waar dat toe zou moeten leiden.
Rotterdammer Bijl houdt van deze fase, die laatste periode voor de marathon van Rotterdam. “Ik denk écht het hele jaar aan de Marathon Rotterdam. Maar vaak stop je dat een beetje weg, omdat het zo ver weg is. Dat hoeft in deze weken niet meer. Het zit eraan te komen, het mag er zijn. En als de trainingen dan lekker draaien, is dat heel tof. Ik ben niet aan het aftellen, maar wel enorm aan het toeleven naar 12 april.”

Geen excuses meer
Het verhaal van Bijl is voor veel hardloopliefhebbers bekend. In een notendop: na twaalf jaar als sportverslaggever voor het AD te hebben gewerkt, leverde hij zijn contract in en begon de 33-jarige aan een leven als topsporter. De slotdag van de Olympische Spelen in Parijs – waar Sifan Hassan goud won op de marathon – was zijn laatste dag in dienst. Bijl wilde vol voor de sport gaan. “Ik wilde geen excuses meer hebben. Ik wilde de sport en de marathon op één zetten. Als sportverslaggever, waar je achter het nieuws aan moet, lukt dat niet. Dan heb je te maken met onregelmatige werktijden en veel reistijd. Ik was te vaak met trainingen aan het schuiven of ik deed ze terwijl ik al vermoeid was.”
De laatste 1,5 jaar zagen er behoorlijk anders uit dan die twaalf jaar daarvoor. Zijn er struggles geweest?
“Wat me tegenviel was het ontzettend eentonige bestaan, terwijl dat – zo bleek later – niet hoeft. In het begin van die anderhalf jaar voelde het alsof ik alle tijd van de wereld had. Twee keer per dag hardlopen en twee keer per maand de podcast (De Pacer, red.) opnemen. Dat was in het begin heerlijk. Maar op een bepaald moment wilde ik ook mijn brein meer gaan prikkelen. Ik kwam erachter dat het goed werkt om twee à drie uur per dag even met iets anders bezig te zijn dan mijn sport. Maar dan wel op momenten dat het past, want de sport staat op één. Uiteindelijk stopte ik met mijn baan om 24/7 met mijn sport bezig te zijn, maar vervolgens kwam ik erachter dat dat averechts werkt.” Zo werkte hij rondom de trainingen aan het boek De Mooiste Marathon en nam hij nog wat andere schrijfklussen aan. Op die manier vindt hij steeds meer een goede balans.

De switch naar het topsportleven leidde niet direct tot succes. Begin 2025 werd Bijl geveld door een flinke griep en zag hij de Marathon Rotterdam in rook opgaan. Uiteindelijk stond hij wel aan de start, maar liep hij de race als een veredelde duurloop, onder meer aan de zijde van Sven Kramer en Erben Wennemars.
Hoe heb je die periode ervaren?
“Dat was heel moeilijk. Als je weerstand naar de knoppen is, de trainingen niet draaien en je voelt dat je niet voor een toptijd kunt gaan, is dat écht wel even lastig. Tegelijkertijd weet ik uit mijn tijd als verslaggever dat iedere topsporter met ups en downs te maken heeft. Dat zal voor mij niet anders zijn. De ene marathon zal top gaan, de andere zal oké zijn en weer een andere zal helemaal mislopen.”
Heb je in die periode nooit gedacht: waar ben ik aan begonnen?
“Nee. Ik heb mijn keuze nooit heroverwogen. Hoewel ik die fase waardeloos vond, heb ik nooit gedacht: had ik maar vastgehouden aan mijn baan. Het kan natuurlijk ook niet zo zijn dat je na een half jaar all-in er al bent. Uiteindelijk liep ik in juni alweer een PR op de 5 kilometer. Het kan echt snel keren, alleen op dat moment was het moeilijk om uit te zoomen.”
Wanneer voelt dit topsportleven als een geslaagd project?
“Toen ik hieraan begon, wist ik echt niet hoe hard ik ooit zou kunnen lopen op de marathon. En eigenlijk weet ik dat nu nog steeds niet helemaal. Uiteindelijk is het voor mij geslaagd als ik na een aantal jaren het oprecht geprobeerd heb en terug kan kijken op mooie en gelukkige jaren. En het liefst ook met een tijd waar ik trots op kan zijn. Maar of dat nu 2:18, 2:15, 2:12 of 2:09 wordt, dat durf ik niet te zeggen. Ik weet niet waar mijn plafond ligt. Ik kan heel stoer een tijd roepen, maar ik heb geen idee.”
Beloning in Amsterdam
Ruim een jaar na zijn carrièreswitch kreeg hij de beloning. Tijdens de Amsterdam Marathon liep hij in oktober 2025 naar een dik PR. Bijl kwam na 2 uur, 18 minuten en 30 seconden over de streep in het Olympisch Stadion. Dat betekende een verbetering van ruim vierenhalve minuut ten opzichte van zijn oude toptijd. Het was een enorme opsteker en de bevestiging dat hij op de goede weg is. “Al besef ik goed dat ik een volgende keer echt niet nog een keer meteen vierenhalve minuut eraf kan halen.”

Heb je nog zaken aangepast na Amsterdam? Waar ligt de winst?
“We zijn niet ineens dingen anders gaan doen; dat was ook niet nodig als je zo’n hap van je PR haalt. Maar we zijn wel weer een half jaar verder, waarin ik ontzettend heb geprobeerd om ervoor te leven. Daar hoorden bijvoorbeeld drie trainingsstages – telkens van drie à vier weken – naar Kenia, Portugal en Spanje bij. Dan draait alles om eten, trainen en slapen in perfecte omstandigheden.”
Het aantal trainingskilometers ging de afgelopen periode ook omhoog, zij het niet met extreme aantallen. “In aanloop naar Amsterdam kwam ik net boven de 150 kilometer per week uit, nu zit ik net boven de 160. Verder zit het in de details, denk bijvoorbeeld aan het toevoegen van heuvelsprints – die ik voorheen weinig deed – of andere oefeningen in de gym.”
Ook zijn marathonervaring moet hem de komende jaren helpen om een volgende stap te maken. “Aan de ene kant ben ik er serieuzer dan ooit mee bezig, aan de andere kant sta ik er relaxter in dan ooit. Ik was altijd zó zenuwachtig. Dat was een combinatie van die dag gigantisch mooi vinden, er veel zin in hebben en er al maanden mee bezig zijn. Maar meestal ging het na het startschot wel goed. Ik ben nu ook zenuwachtig, maar die ervaring van acht marathons helpt wel.”
Op welke tijd mik je op 12 april?
“Ik wil mijn PR aanvallen. Een paar dagen voor de race ga ik met de coaches een plan maken. Maar het hangt natuurlijk ook veel af van de weersomstandigheden en, in mijn geval, de groep waarin ik kan lopen. Maar op basis van de trainingen en hoe ik me voel, denk ik dat ik op hetzelfde niveau ben als in Amsterdam, of een beetje beter.”
Rotterdam
Bijl werd geboren in augustus 1992. Een half jaar later nam zijn moeder Edith hem mee in de buggy om te kijken naar de editie van 1993. Daar liep vader Fred – die dit jaar opgaat voor zijn 36e editie – mee. Overigens liep moeder in 1992 zelf de marathon. Kleine Pim bleef ieder jaar toeschouwer, totdat hij vanaf 2015 op 23-jarige leeftijd regelmatig zelf deelnam. Sinds zijn geboorte miste hij – als toeschouwer of deelnemer – nog nooit een editie.
Kun je jouw liefde voor de Marathon Rotterdam omschrijven?
“Het zit zo diep in mijn identiteit. Ik vind het altijd de mooiste dag van het jaar. Ik voel op geen enkele dag van het jaar meer dat ik hardloper ben, ik voel op geen enkele dag van het jaar meer dat ik Rotterdammer ben. Het is zo’n speciaal gevoel, vanaf het moment dat je wakker wordt tot het moment dat je weer naar bed gaat. Er zijn mensen die je één keer per jaar tegenkomt. Die zie je op die dag. Mijn vrienden lopen mee en staan langs de kant. Het is adrenaline en grenzen oprekken. En omdat je zo diepgaat en afziet, komen de emoties ook harder binnen. Het is zo’n schitterende dag, het is met niets te vergelijken. Ik kijk enorm uit om dat gevoel weer te ervaren.”

Naar welk punt op het parcours kijk je het meest uit?
Daar hoeft hij niet lang over na te denken. “De Boezemstraat. Op dat punt komen we na de 30 km twee keer langs, voor en ná het stuk rondom de Kralingse Plas. Mijn moeder staat daar, net als een grote vriendengroep van mij. Ineens loop je dan langs een groep van twintig à dertig mensen die je diep in je hart hebt zitten, terwijl je stuk aan het gaan bent. Ondanks dat ze niet veel meer kunnen doen dan aanmoedigen en mijn naam roepen, krijg ik daar toch een enorm sentimenteel gevoel van. Nu ik zo bezig ben met tijden ben ik enorm geconcentreerd en zit ik enigszins in een cocon, maar op dat punt kom ik daar bewust even uit.”
Tot slot, heb je nog advies voor al die andere lopers die op 12 april aan de start staan?
“Maak het groot, maar niet té groot. Haal je jouw tijdsdoel niet? Laat dat niet je stemming bepalen. De marathon geeft je alle ingrediënten voor een prachtig verhaal voor later. Laat die paar minuten waarop je jouw doel niet haalt die herinnering niet verpesten. Begrijp me niet verkeerd, ik ben ook enorm ambitieus. Maar het lukt niet altijd. En je mag een dag of een week balen. Ook een traantje laten is niet erg. Maar laat het niet overheersen. Dat zou zonde zijn.”
Bijl zal er zelf niet aan onderdoor gaan—daarvoor zit zijn liefde voor Rotterdam en de marathon te diep. Na 45 minuten praten over zijn sport en zijn nieuwe bestaan loopt het interview op zijn eind: het is tijd voor training twee van de dag. Nog even volhouden, want 12 april mag wat hem betreft morgen zijn. Welke tijd daarbij hoort, moet blijken. Maar wat er ook gebeurt: voor Bijl is en blijft dit de mooiste dag van het jaar.
Lees ook: Wat doe je de laatste week van jouw marathon? – RunningNL